De betekenis van het lege graf van Jezus

De betekenis van het lege graf van Jezus

In de verhalen over de opstanding van Jezus neemt het lege graf een belangrijke rol in. Volgens Peter Stuhlmacher is het lege graf een drievoudig goddelijk teken:

(1) Het lege graf is een teken, dat God Jezus op de derde dag na zijn kruisiging lichamelijk heeft opgewekt.
(2) Het lege graf is een teken dat de gekruisigde en opgestane Jezus meer is dan een martelaar en profeet. Hij is de Zoon van de levende God, die verhoogd is ter rechterhand van God.
(3) Het lege graf is een teken dat de beloofde opstanding van de doden op de Jongste Dag reeds een begin gekregen heeft gekregen in de opwekking van Christus.

De grond voor het geloof in de opstanding van de doden is Gods macht als Schepper. Hij kan wat niet is tot (aan)zijn roepen en de doden levend maken.
De opwekking van Jezus is geen objectief feit dat bewezen kan worden. Niemand heeft gezien dat Jezus opstond uit de dood. De opwekking van Jezus is een handeling van God.

N.a.v. Peter Stuhlmacher, Was geschah auf Golgatha? Zur Heilsbedeutung von Kreuz, Tod und Auferweckung Jesu (Stuttgart: Calwer Verlag, 1998)

Het belang van de opstanding

Het belang van de opstanding

Verscheidene onderzoeken laten zien dat jongeren zich wel gelovig noemen, maar weinig kunnen met de traditionele inhoud van het christelijk geloof. Als het gaat om de zin van het leven, de eigen identiteit en de visie op het leven na de dood speelt het geloof in de opstanding nauwelijks nog een rol. Deze verandering is ingrijpend: wanneer het geloof in de opstanding niet meer functioneert, kunnen we ons afvragen of we nog wel kunnen spreken over christelijk geloof.

Het vergeten van de opstanding gaat soms onopzettelijk. Bij de voorbereiding van een catechese sloeg ik het Handboek voor jonge christenen er op na. Tot mijn verbazing komt de opstanding daarin nauwelijks voor. (Een van de redacteuren sprak mij tegen dat de opstanding er nauwelijks in voorkwam. Het overslaan van de opstanding zal daarom onbewust gedaan zijn.) Ik bedoel dit niet als verwijt aan dit boekje. Het punt dat ik wil maken is: blijkbaar is het geloof in de opstanding iets dat gemakkelijk vergeten wordt. In ons dagelijks geloofsleven speelt de opstanding onbewust veel minder een rol dan we zouden denken. Terwijl de opstanding van Christus de basis is van alles: waarom wij geloven, waarom we ‘s zondags bij elkaar komen, op welke manier wij christen zijn, onze hoop, onze omgang met elkaar.
De opstanding is niet helemaal naar de achtergrond verdwenen. In de tijd van Pasen staat de opstanding centraal. Ook bij begrafenissen en in tijden van verlies kan de opstanding troost geven. Soms kan in doopdiensten de opstanding centraal staan.
Waarom doortrekt de opstanding van Christus niet meer ons dagelijks (geloofs)leven? Misschien dat Pasen te weinig een feest in de Bijbelse betekenis is. Daarmee bedoel ik dat op zo’n feest Gods grote daden worden gevierd. Vieren wij de opwekking van Christus afdoende? Waarom wordt wel de viering van het Kerstfeest van vroeger herinnerd, maar niet de viering van het Paasfeest? Wordt deze grote daad van God niet te weinig gevierd als een daad die ons heil en redding brengt? Ik heb geen kant-en-klare oplossing voor een betere invulling, maar ik denk dat we de opstanding van Christus meer zouden kunnen vieren. Een feest is voor kinderen een goed middel om in een geloof ingewijd te worden.
De opstanding van Christus kan alleen een betekenis krijgen als het ook op een bepaalde manier aan ons leven raakt. Voor de meeste christenen is op dit moment de meest voor de hand liggende verbinding de overwinning op de dood. Het leven stopt niet met de dood: Jezus heeft de dood overwonnen. Dat zet het nadenken over de dood in een ander licht. Over de dood valt meer te zeggen dan dood=dood. De dood blijft overigens een harde werkelijkheid. Geloven in de opstanding maakt de klacht over de vergankelijkheid niet overbodig.
De opstanding wordt ook verbonden met de doop en daarmee met het nieuwe leven in Christus. De opstanding de bevestiging van de kruisdood. De opstanding van Christus is de basis van onze rechtvaardiging.

ds. M.J. Schuurman

Geschreven voor HWConfessioneel – voor de rubriek Kerk&jongeren

Ik merk niets van God

Ik merk niets van God
Preek jeugddienst Nieuw-Vennep 3 april 2011
N.a.v. Psalm 22:1-12

Ik merk niets van God – spannend om dat te zeggen in de kerk. De kerk is toch de plaats waar je God zou mogen verwachten?
Ik merk niets van God. Dat kan je op verschillende manieren bezig houden. Het kan zijn dat je zelf niets van God merkt. Het kan ook zijn dat je dat niet voor jezelf bedenkt, maar voor een ander, een vriend bijvoorbeeld.
Onlangs had ik een gesprek met een stel, waarvan zij wel geloofde en hij niet. Hij was wel naar een christelijke geweest en had de verhalen uit de Bijbel heel mooi gevonden, maar het geloof had hem niet gegrepen. Op een of andere manier had hij niets van God gemerkt. God was niet in zijn leven gekomen. Zij vond dat niet gemakkelijk. Zij vroeg zich af: ‘Hoe kun je niet geloven.’ Hij noemde zich niet gelovig, maar ook niet ongelovig. Hij stond er open voor, maar er was (nog) niets gebeurd in zijn leven.
Wij kunnen aan elkaar geen geloof geven. Hoe graag ik je ook wat zou willen laten ervaren, hoe graag ik je ook zou willen meenemen. Of je iets van God ervaart, of je Hem tegenkomt, dat bepaalt alleen God zelf. Het is zelfs zo: op het moment dat ik je een ervaring van God wil laten geven, is het God niet meer. Je ervaart wel wat. Maar het is niet meer God. Dat is onze beperking. Ook al is dat niet altijd gemakkelijk, het geeft wel ontspanning. Ik hoef aan jou niet te bewijzen dat God bestaat. Jij hoeft je vriend niet God te laten ervaren. Dat zal God zelf doen.

Ik merk niets van God
. Maar stel dat het wel jouw vraag is. Je denkt bij jezelf: ‘Ik zit hier wel, maar het gaat allemaal aan mij voor voorbij. Ik zou wel iets van God willen ervaren. Ik zou wel willen geloven, maar er iets niets gebeurd. Ik zou iemand willen hebben die mij er meer over verteld, die mij verder helpt.’ Dan gaat het om de vraag: Hoe kan ik geloven? Hoe werkt geloof (in mijn leven)? Het antwoord hierop is eigenlijk heel gemakkelijk. Té gemakkelijk, waardoor dit antwoord vaak overgeslagen wordt. Doe het maar gewoon. Elke keer als de bijbel opengaat of je naar de kerk gaat, komt God naar je toe. Geloven heeft ook te maken met gehoorzamen.
We moeten oppassen dat we voor onszelf geen voorwaarden creëren om te geloven. Ik maak dat wel mee in gesprekken. Niet alleen met jongeren, maar ook met ouderen. ‘Ik mag mij pas gelovig noemen, als ik iets ervaren heb.’ Het geloof kent geen voorwaarden, waar wij aan moeten doen. Geloof wordt gegeven: verbondenheid met Christus.

Ik merk niets van God. Het kan ook zijn dat je dit zegt met pijn en teleurstelling. Je loopt met deze vraag rond en je denkt bij jezelf: ‘Is God er nog wel?’ Mijn ervaring is dat deze vraag voor veel gelovigen een heel spannende vraag is en dat ze die vraag niet onder ogen durven komen. ‘Je mag zulke vragen niet stellen’, zeggen ze dan.
Ik merk niets van God. We kunnen denken dat dit een ervaring is van onze tijd, dat wij niets van God merken. Toch, wie de Bijbel leest, zal deze vraag ook tegen komen. Bijvoorbeeld in Psalm 22. Deze psalm is mijn psalm geworden. Ik ben opgegroeid in een traditionele gemeente, met veel geloof en veel enthousiasme. Zelf geloofde ik ook, maar er zat ook altijd een knagende twijfel in mij. Als ik daarover wat vertelde of vragen stelde, merkte ik dat de meesten daar niet goed mee wisten omgaan. Toen ontdekte in deze psalm in de bijbel. Deze psalm wordt vaak toegepast op de Here Jezus, maar ik ging deze psalm voor mijzelf lezen: Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten? In deze woorden herkende ik mijn eigen vragen. Ik ontdekte dat ik deze vraag aan God mocht stellen. Voor mij ging er toen een deur naar God open. Door de twijfel heen vond ik God.
Deze psalm gebruik ik vaak in het pastoraat. Vaak als mensen met vragen zitten en zich afvragen waar God is en ze deze woorden horen, zeggen ze: ‘Nu weet ik dat God er is.’ Psalm 22 laat zien, waarom er momenten zijn waarop wij niets van God ervaren: er kan van alles gebeuren in ons leven en dat werkt door in onze relatie met God. Wie zich neerslachtig voelt, zal ook minder ervaren van God.
Deze klacht mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten brengt ons bij God. Er is een verschil tussen Ik merk niets van God en mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten. Bij Ik merk niets van God praten wij over God. Psalm 22 brengt onze vraag bij God en leert ons God aan te spreken. Niet over God praten, maar met en tot God praten.

Ik las van Psalm 22 alleen maar de eerste verzen. Tegenwoordig lees ik ook verder. Onze ouders hebben op God vertrouwd. Wij zijn niet de eersten die geloven. Wij zijn hier in de kerk. Jullie horen bij een kerk. Daar mag je dankbaar voor zijn! Een collega vertelde hoe hij na het overlijden van zijn vrouw een lange tijd geen steun had aan het geloof en God kwijt was. In die periode merkte hij dat de gemeente voor hem bad, voor hem geloofde. Als wij niet kunnen geloven, is er ook een gemeenschap om ons heen, die ons door een periode van twijfel en crisis kan ‘slepen’.

Ik merk niets van God. Gevoel is belangrijk voor geloof. Gevoel is vaak een graad meter. Maar Gods aanwezigheid wordt niet bepaald door ons gevoel, maar door Zijn belofte. Hij belooft om aanwezig te zijn als de Bijbel opengaat en als de gemeente bij elkaar komt. Ik merk niets van God. Als ik niets van God merk, wil dat nog niet zeggen dat God er niet is.
Als je de Bijbel dicht laat en wie niet naar de kerk gaat, kun je ook lang zoeken voor je iets van God merkt. Je slaat dat de stap over die vanuit God gezien het meest voor de hand ligt
Ik merk niets van God. Als ik niets van God merk, wil dat nog niet zeggen dat God er niet is. Hij is er, omdat Hij dat ons beloofd heeft.
Amen