Gespreksvragen over bidden

Gespreksvragen over bidden
ds. M.J. Schuurman

1)      Wat is voor u de meerwaarde van het bidden tot God?

2)      Als een gebed geen adres heeft, is het dan nog wel een gebed? Wat is de meerwaarde van het aanspreken van de Here?

3)      Weet je wat je kunt bidden in tijden als je het moeilijk hebt?

4)      Weet je wat je kunt bidden in tijden dat het goed met je gaat?

5)      Er zijn verschillende redenen iemand niet tot bidden komt:
– “Ik weet niet wie God is.”
– “Ik weet niet hoe ik zou moeten bidden.”
– “Ik durf niet te bidden. Zou Hij wel naar mij willen luisteren?”
– “Het is te onrustig in mijn leven om te bidden. Ik mis de stilte en rust om te bidden.”
– “Bidden heeft geen zin.”

6)      Hoe kun je in je leven stilte en rust creëren, waardoor je je kunt richten op God?
Hulpmiddel bij het onder woorden brengen van een gebed voor iemand anders (voorbede)

Gebed voor: ……………….

  Gebed
Waar wil je voor bidden? Of voor wie?  
Hoe wil je God aanspreken?  
Wat is er aan de hand?  
Wat wil je dat God doet?  

 

Schrijf hier je gebed uit:

Openbare geloofsbelijdenis in deze tijd

Openbare belijdenis van het geloof in deze tijd 

Aan het begin van het vorige seizoen gaven enkele jongeren aan, dat zij op catechisatie wilden nadenken over het doen van belijdenis. Omdat de groep jongeren niet al te groot is, zaten er ook ‘gewone’ catechisanten bij deze belijdenisgroep. Ik wist niet van tevoren welke jongeren wel en welke (nog) belijdenis wilden afleggen. Daarom besloot ik om ze allemaal afzonderlijk te vragen voor een gesprek. Tijdens die gesprekken ging het mij om de volgende vragen: Hoe sta je nu in het geloof? Wil je dit jaar belijdenis doen? Zo niet, wat heb je nodig om een volgende keer belijdenis te doen?

Het mooie van de gesprekken was dat de jongeren uit zichzelf meer met het geloof bezig. Ook degenen van wie ik het minder had verwacht. Dat was voor mij het bemoedigende aan deze gesprekken. Tegelijkertijd werd het mij in deze gesprekken ook duidelijk, dat jongeren tegen veel dingen aanlopen. Geloven is nog niet zo gemakkelijk. Kennis over het geloof valt enigszins aan te leren. Op catechisatie zijn ze er ook nieuwsgierig naar. De praktijk om dag in dag uit met de Here te leven is nog niet eenvoudig.
Een van de obstakels om belijdenis te doen was de Bijbelkennis. Ze gaven aan dat ze voor hun gevoel te weinig kennis van de Bijbel hadden om belijdenis te doen. De meesten gaven aan dat ze wel af en toe probeerden om uit de Bijbel te lezen. Maar omdat ze voor zichzelf vaak geen boodschap er uit konden halen, bleef de Bijbel uiteindelijk vaak een gesloten boek. Een aantal verhalen zijn wel bekend. Maar op welke manier kunnen deze verhalen wat vertellen over wie God is? Hoe kun je aan de hand van deze verhalen zelf leven met God?
In die gesprekken werd mij duidelijk wat ik zelf allemaal heb geleerd op de reformatorische basisschool, op de clubs en jeugdverenigingen, op catechisatie. In onze Noord-Hollandse omgeving zijn de kindernevendienst en de catechisatie nog de weinige momenten waarop de jongeren hier iets over God en geloof hebben geleerd. Dat maakt het geloven en kerkzijn in deze omgeving kwetsbaar. En zorgt er ook voor, dat de kindernevendienst en de catechisatie een grotere betekenis krijgt dan in streken waarin het christelijk geloof vanzelfsprekender is.
Wat mij in de gesprekken ook steeds duidelijk werd, was dat iedereen een geloof heeft dat bij deze persoon past. Wie uit zichzelf perfectionistisch is, zal de belijdenis ook willen uitstellen. Weet ik genoeg over God? Kan ik mijzelf wel een christen noemen? Ik heb ze voorgehouden dat geloof niet alleen om kennis gaat, maar ook om vertrouwen en liefde. Vertrouw je op God? Aanvaard je Jezus als je redder? Wil je met Hem leven? Als je met iemand trouwt, weet je ook nog lang niet alles van de ander. Hoe de ander werkelijk is, ontdek je pas in het huwelijk. Belijdenis doen is vergelijkbaar met een huwelijk. Kennis is belangrijk: je moet weten wie God is, wat Christus met je leven wil. Kun je Hem volgen en vertrouwen? Maar kennis is niet de enige basis om belijdenis te doen.

In het afgelopen seizoen kwam de belijdenis ook op de Bijbelkringen ter sprake. In de afgelopen tijd is er veel veranderd. Vroeger deed je belijdenis als je 18 was en was het veel meer een vanzelfsprekendheid. Nu zijn degenen die belijdenis doen meestal (wat) ouder. Vroeger was er een grote groep. Maar terugkijkend bleek een groot deel in de loop van de tijd afgehaakt. Het voordeel is dat de openbare belijdenis nu veel meer dan vroeger een bewuste keuze is. Het nadeel is, dat er meer onzekerheid komt over het moment van belijdenis doen. Voldoe ik aan de criteria? Maar is dat wel een goede vraag?

ds. M.J. Schuurman

Geschreven voor HWConfessioneel van 17 februari 2011

Preek zondag 6 februari (Lukas 6:27)

Preek zondag 6 februari 2011
Lukas 6:27
: Maar tot u, die Mij hoort, zeg ik: Hebt uw vijanden lief, doet wel degenen, die u haten

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

(1) Christenzijn vraagt heel ons bestaan in Gods dienst
Hebt uw vijanden lief
Deze uitspraak van de Here Jezus heeft twee soorten reacties opgeleverd.
Of men was onder de indruk van deze uitspraak
en beschouwde Jezus als een inspirerend figuur;
de moeite waard om Hem na te volgen.
Of men verzette zich tegen deze uitspraak van Jezus.
Wat Jezus hier zei is voor zwakkelingen.
Jezus riep op om je te schikken in je lot
om over je heen te laten lopen.
Dat is niet goed, volgens degenen die Jezus’ uitspraak afwezen.
Je moest niet over je heen laten lopen.
Van jezelf geen ondergeschikte maken!

Beide standpunten gaan voorbij aan wat de Here Jezus bedoelde.
Beide standpunten gaan er namelijk vanuit dat je ervoor kunt kiezen
of je jezelf laat inspireren door de woorden van de Here Jezus.
Maar dat is helemaal niet de houding van de Here Jezus:
dat we voor onszelf zouden kunnen uitmaken of wij ons hierdoor laten aanspreken.
Alsof Jezus hier zou zeggen: “Ik heb een interessante visie. Kijk maar of je je laat aanspreken.”
Nee, er is geen keuze – we hebben te gehoorzamen.
Hebt uw vijanden lief.
Jezus zegt: wie Mij volgt, heeft zo te handelen.
We komen er niet onderuit!
Daarmee laat de Here Jezus zien, dat Hij aanspraak maakt op ons hele leven.
Volgen we Jezus, dan kunnen wij niet meer helemaal voor onszelf bepalen hoe wij in het leven staan.
Behoren bij de Here Jezus heeft consequenties voor hoe wij ons opstellen naar anderen toe.
Soms kunnen we van iemand denken, dat hij of zij een goed gemeentelid is.
Dan denken we aan iemand die trouw de kerkelijke samenkomsten bezoekt,
regelmatig zijn financiële bijdrage levert en een onbesproken gedrag vertoont.
Maar is zo iemand een discipel of is dat meer iemand die bij een bepaalde club hoort?
Heeft zo iemand zijn vijanden lief?
Discipel van Jezus zijn betekent dat Hij steeds meer invloed op ons leven krijgt.
Zelfs in hoe wij met elkaar omgaan.
Discipel zijn is niet een bepaalde fase in ons leven, die we doorlopen
en op een gegeven moment achter de rug hebben.
Dat we uitgeleerd zijn bij de Here Jezus en dan voor onszelf kunnen beginnen,
onze eigen keuzes en insteek hebben.
Discipel zijn is een levenslang proces, waarin we ons levenslang oefenen.
We bereiken nooit een moment, waarop we ermee klaar zijn, uitgeleerd zijn.
Steeds weer worden we bij de les geroepen.
Zoals de Here Jezus hier ook nadrukkelijk doet.
Heel nadrukkelijk richt de Here Jezus zich tot Zijn discipelen.
Hij zegt tegen hen: “Nu moeten jullie goed luisteren.
Dit moeten jullie goed in je oren knopen.”
Om hen erbij te bepalen, dat zij hun vijanden moeten liefhebben.
Christen zijn en gelovig zijn kan alleen in het luisteren naar Jezus.
Christen zijn is ook niet iets dat half gedaan kan worden.
Niet half in tijd – een ochtend in de week op zondagmorgen
of op een enkele avond als we naar de bijbelkring gaan.
God vraagt en neemt ons ook helemaal in dienst.
Onze gedachten, ons handelen, onze woorden.
Heel ons leven, wij helemaal worden in Zijn dienst geroepen.

(2) In het kader van het Koninkrijk van God
Hoe veel omvattend het ook is, een andere keuze is er niet.
Jezus spreekt namelijk over het koninkrijk van God.
Daar begint de Here Jezus Zijn toespraak ook mee.
Hij zegt aan de armen het koninkrijk van God toe.
Degenen die zich niet mee laten slepen door de weelde die deze wereld te bieden heeft:
voor hen heeft God een andere wereld in petto.
Daar gaat het in het Koninkrijk van God namelijk om:
dat deze wereld, de wereld waarin wij leven van voorbijgaande aard is
omdat er veel mis is met deze wereld:
Waarin mensen – of ze gelovig zijn of niet – anderen links kunnen laten liggen
Waarin mensen – of ze gelovig zijn of niet – zich beter kunnen voelen dan een ander.
Waarin mensen – of ze gelovig zijn of niet – tot het uiterste door kunnen gaan om hun gelijk te halen.
Waarin mensen – of ze gelovig zijn of niet – in staat zijn te haten en zelfs in staat zijn om te doden, of dood te wensen.
Maar zo heeft God ons niet geschapen.
Toen Hij ons schiep, zei Hij niet: ‘Leef maar voor jezelf.
Zorg ervoor dat je het in je eentje redt.
Trek je niet te veel van anderen aan.’
Nee, God schiep ons naar Zijn beeld: dat wil zeggen dat Hij ons als gemeenschap schiep.
Gericht op elkaar, met oog en oor voor de ander,
het verlangen om de ander echt recht te doen.
Het koninkrijk van God wil zeggen dat die tijd weer zal aanbreken.
Niet als een utopie,
een mooie droom waar mensen naar verlangen maar geen werkelijkheid kan worden,
omdat de mensen te weerbarstig zijn,
want mensen zijn in staat hun eigen dromen en verlangens te ondermijnen.
Het koninkrijk van God wil zeggen: God zelf zorgt ervoor,
dat mensen elkaar niet meer links laten liggen,
strijden tegen de haat in zichzelf
dat mensen niet meer de behoefte hebben om zichzelf te laten gelden,
of hun gram moeten halen,
dat wij niet meer op onszelf gericht zijn.
Koninkrijk van God wil zeggen: deze wereld wordt weer, zoals God onze wereld heeft geschapen.
Degenen die tot het Koninkrijk van God geroepen worden, laten iets van God zien.
Ze worden geroepen om in hun houding naar anderen toe
iets van God te laten zien.
Hebt uw vijanden lief – ook God had ons lief,
terwijl wij ervoor gekozen hadden om Zijn vijanden te zijn.
Geroepen tot Gods dienst – dat betekent dus:
in onze houding naar anderen toe
dat wij Gods barmhartigheid laten zien
die wijzelf van Hem ervaren hebben.

(3) Gods barmhartigheid
Heel ons leven – dat vraagt discipelschap
Dat is niet alleen radicaal, maar tegelijkertijd ook een bijzondere gunst.
Wij mogen met heel ons leven,
met de keuzes die wij maken, met onze houding naar anderen toe,
laten zien dat de Here ons niet heeft losgelaten.
We worden weer in dienst genomen.
Wie neemt nu zijn vroegere vijanden in dienst?
God!
Wie is er op gebrand om zijn voormalige concurrenten, die hem zo hebben tegengewerkt,
een plek te bieden waar zij tot hun recht komen?
De Here.
Hebt uw vijanden lief – in deze opdracht worden wij opgedragen
om die barmhartigheid van God te laten zien.
Dat Hij ons, verloren zonen, opneemt in Zijn dienst,
weer aanneemt als Zijn kind.
In de gelijkenis van de verloren zoon durft de weggelopen zoon zichzelf niet meer zoon te noemen.
knecht, dat wil hij zijn.
Om iets terug te doen voor zijn ontvangst, om iets van zijn schuld af te betalen.
Maar daar wil de vader niets van weten. Die zoon is zijn kind en kind blijft hij.
Zo wil de Here dat wij weer zijn kind worden en niet onszelf als knecht gaan gedragen.
Alleen als wij weer Zijn kind zijn, kunnen anderen aan ons zien wie God werkelijk is:
dat het God om ons te doen is.
De Here is niet berekenend.
God is geen dictator die zijn onderdanen gebruikt om er zelf beter van te worden.
Het is God om ons te doen.
Dat is ook een hele eer om dat te mogen doen:
de Here gunt ons om aan anderen te laten zien, hoe God ten diepste is.
Daarom kan dat niet half, want God is niet half op ons gericht,
Hij heeft ons niet half tot Zijn kind aangenomen,
Wie God niet dient, kijkt naar de dienaren van God.
Ze kunnen het gebruiken als middel om zich van God afzijdig te houden:
als kerkmensen huichelaars zijn, waarom zouden zij dan in dienst van God komen?

Maar wat, als wij in onze houding naar anderen toe iets van God laten zien?
Als wij onze vijanden liefhebben?
Als anderen door middel van onze opstelling een vermoeden van God krijgen?
Wat hij of zij liet zien, dat was niet meer normaal, dat is iets bijzonders.
Wat dat in uw eigen leven betekent, om uw vijanden lief te hebben,
als u ze al zou hebben,
wat zou er gebeuren als u bedenkt: ook mijn vijand heeft een ziel,
ook hij of zij moet eens voor God verschijnen om rekenschap af te leggen.
Vijanden liefhebben – dat is niets minder dan Gods vergeving gunnen,
gunnen dat de ander zich ook bekeert tot de Here.
dat God niet alleen is voor jezelf, maar ook voor de ander… je vijand.
dat is zelfverloochening,
dat gebeurt in alle nederigheid en stilte.
je gaat jezelf er niet op beroemen: kijk mij mijn vijand eens liefhebben.
Je vijand liefhebben betekent zelfs: niet meer berekenend in het leven staan.
Niet verwachten dat je vijand iets terug doet.
Zelfs niet hopen dat hij of zij je offer ziet,
niet fijntjes op wijzen.
Vijand liefhebben – het resultaat laat je over aan God.
Je vijand liefhebben en dan hopen dat hij het ziet, daar hoef je geen christen voor te zijn.
Niet wachten op erkenning of genoegdoening, zelfs niet op verandering.
We leven niet alsof we op onze beloning wachten.
Of de ander verandert, moeten we aan God overlaten.
We zijn alleen aan God gehoorzaam
we luisteren naar de Here Jezus, onze goede herder.
Hij weet wat goed is en we vertrouwen daar op.
Vijanden liefhebben, we doen dat niet om er zelf beter van te worden,
maar alleen uit gehoorzaamheid, omdat het is opgedragen
en in vertrouwen dat de Here regeert en weet wat het beste is.

Het kan goed uitpakken:
In Veenendaal was er in de oorlog een nsb-er die verzetsmensen liet oppakken
en daardoor schuldig was aan hun dood.
Na de oorlog werd hij opgepakt en werd hij veroordeeld tot de doodstraf.
Een moeder van een van de verzetsmensen die door deze man was omgekomen
stuurde hem een bijbel toe.
de man las en kwam tot geloof.

Het hoeft niet goed af te lopen – dat laten we aan God over.
Hij oordeelt, Hij regeert.
We vertrouwen ons leven toe aan Hem.
ook  als we te maken krijgen met spot, omdat onze zelfverloochening niet begrepen wordt.
Als er karikaturen worden gemaakt

Als er gesuggereerd wordt, dat we over ons laten lopen
als er gesuggereerd wordt dat we zwakkelingen zijn
Onze vijanden liefhebben, omdat de wereld niet om ons draait,
maar om Gods koninkrijk.
 niet de eer van mensen, niet dat mensen onder de indruk zijn van ons,
Daar koop je niets voor, je bent die zo kwijt

Als je mensen wilt behagen, maar je je onderdaan van mensen en niet van God,
je maakt je slaaf en raak je je vrijheid kwijt.
Dat koninkrijk verdienen we niet, omdat we onze vijanden liefhebben,
maar dat koninkrijk wordt ons beloofd en toegezegd
Dat is onze beloning: Gods barmhartigheid
die God liet zien in Christus
en zal laten zien door ons te laten delen in Zijn koninkrijk en Zijn aanwezigheid
als we ons leven in Zijn dienst stellen.
Hebt uw vijanden lief, doe hen goed en leent
zonder op vergelding te hopen
Uw loon zal groot zijn en gij zult kinderen van de Allerhoogste genoemd worden.
Dat is ons loon: de eer en gunst van God. (Lukas 6:35)
Amen