Meditatie – Dankt onder alles (1 Thessalonicenzen 5:18a)

Meditatie – Dankt onder alles

Dankt onder alles – 1 Thessalonicenzen 5:18a


Paulus is niet bang voor grote woorden: Dankt God in àlles. Zo moet het leven er volgens Paulus uitzien: niet een klein beetje dankbaarheid of op enkele momenten van het leven. Altijd. Dankbaarheid met heel het bestaan. Met alles wat je hebt de Here dankbaar zijn.
Wie enige levenservaring heeft, leert wel af om zulke grote woorden te gebruiken: altijd, nooit, alles, niets. Maar als we de Schrift lezen komen we die grote woorden tegen. Als mensen die het nodige hebben meegemaakt, moeten we die woorden opnieuw leren. Paulus beseft dat. Het is ook een opdracht. De apostel weet dat die algehele dankbaarheid er nog al eens bij inschiet.
Deze opdracht staat aan het einde van de brief, als een ps. P.S.: Dankt God in alles. Als Paulus ziet zichzelf als apostel. Iemand die gezonden is; gezonden door zijn Heer. We zouden Paulus kunnen vergelijken met een postbode: iemand die Gods wensen en verlangens komt brengen. Niet Paulus is aan het woord, maar God zelf. Een opdracht van God zelf.

Het valt me op dat er meer van zulke opdrachten zijn. Iemand die met gezag iets tegen ons wil zeggen – alsof God het tegen ons zegt. Laat ik een voorbeeld geven. Gezang 180:
Beveel gerust uw wegen,
al wat u ’t harte deert,
der trouwe hoed’ en zegen
van Hem, die ’t al regeert
.
Daarin staan ook een aantal opdrachten. Lange tijd heb ik die gezongen als een vrome wens. Dat ik tegen mezelf zeg: ‘Laat ik dat maar doen, dat is voor mijn eigen bestwil. Als iets voor mijn bestwil is, heb ik nog al eens te denken: och, laat maar. Het loopt zo’n vaart niet. Laat maar zitten.’
Het gaat echter niet om een vrome wens. Zeker niet in de liederen van Paul Gerhardt. Maar om iemand anders, die met het gezag van de Ander tegen mij spreekt. Zodat ik wel moet gehoorzamen. Er wordt een indringend appèl op mij gedaan. Ik kan dat niet zomaar naast mij neerleggen.
Laat Hem besturen, waken,
’t is wijsheid wat Hij doet!

Zo ook de opdracht: dankt God in alles. Als een indringend appèl, dat we niet naast ons neer kunnen leggen. Het negeren van deze opdracht is niet alleen schadelijk voor onszelf, maar gaat tegen Gods wil in.
Dankt God in alles. In het christelijk leven staat dankbaarheid niet aan het einde, maar aan het begin. Als we God pas op het einde gaan danken, keren wij de juiste volgorde om. Dankbaarheid is niet het resultaat van onze zoektocht, van onze levenservaringen. Het is niet de vrucht, maar de grond. Dankbaarheid is de vruchtbare bodem waarop alles in ons leven groeit en gedijt. We beginnen met danken en dan volgt de rest: bidden, waken, strijden, zuchten, schreien. Het wordt alles gedragen door dankbaarheid.

Het staat er zo eigenaardig: dankt God in alles. Paulus zegt niet: dankt God ondanks alles. Nee, Paulus wil dat we onder alle omstandigheden danken. God danken ondanks alles betekent: we zoeken net zolang tot we iets kunnen vinden waardoor we God nog kunnen danken. We krikken onszelf op tot dankbaarheid. Dat is heel wat, maar we houden het niet lang vol. En wellicht doen we daar de Here mee tekort.
Dankt God in alles is ook meer dan God overal voor danken. Dan dank je de Here voor tegenslag, voor beproeving voor smart. Ook dit is heel wat, want vraagt een geweldige levenservaring.
God danken in alles, omdat Jezus eens zei: ‘Het is volbracht.’ Omdat Hij dat zei na Zijn lijden aan het kruis, weten we dat alles eens goed zal worden. Dat is ons leven en daar houden wij ons aan vast. De Here Jezus zal al het lijden verdrijven en een wereld brengen die onvoorstelbaar goed is. Daarom God in alles danken, omdat dit Zijn wil is. God geeft Zijn schepping niet prijs – ook al heeft de mens Hem losgelaten. Heel het leven, ons leven, heel de wereldgeschiedenis staat in dat teken: dat God trouw is en blijft. Ook in het kruis dat is te dragen. Ook in de wegen die God ons laat gaan. Daarom danken. De oproep om te danken betekent: Gods trouw gedenken en daar uit leven.

ds. M.J. Schuurman

Bewerking van een meditatie van A.A. van Ruler, Verhuld bestaan (Nijkerk: G.F. Callenbach N.V., 1949) 166-167.