De kerkdienst als multiculturele gebeurtenis

De kerkdienst als multiculturele gebeurtenis
Albrecht Grözinger over de prediking in een pluralistische maatschappij (2)

Wat kan de kerkdienst betekenen in een multireligieuze maatschappij? In zijn essay over de betekenis van de prediking komt Albrecht te spreken over de eredienst. De preek krijgt immers gestalte in een kerkdienst. In deze multiculturele samenleving is het goed om te bedenken dat de kerkdienst is door invloed uit verschillende culturen.

Het is niet vanzelfsprekend om de kerkdienst als een culturele gebeurtenis te zien. In de twintigste eeuw lag de nadruk op het gegeven dat de kerkdienst vooral haaks staat op de cultuur. Vanaf het begin is de christelijke eredienst ontstaan vanuit verschillende culturen.
De liturgische modewoorden van dit moment benadrukken niet het verschil van eredienst en maatschappij, maar in de overeenkomst: ritueel en enscenering. De ars liturgica is daarom de hoge kunst van syncretistische vormgeving.
In de multiculturele samenleving zijn rituelen en symbolen belangrijker geworden, omdat rituelen en symbolen helpen bij de vorming van identiteit. In een plurale samenleving is het juist ingewikkeld om een oriëntatie voor je leven te vinden. De eigen identiteit moet uitgevonden worden. In een risico-samenleving (Ulrich Beck) is ook de eigen levensweg een riskante onderneming. Rituelen en symbolen kunnen helpen bij overgangen en grenzen.
De eredienst is in de multiculturele samenleving een ritueel dat steeds meer verbleekt. De eigenheid van de eredienst kan wel worden herwonnen door:
* de eredienst te zien als ontmoeting met het heilige.
* de eredienst te zien als herinnering aan de Gottesgeschichte (God Story)
* de eredienst als actualisering van de Heilige Schrift.

Ontmoeting met het heilige
Manfred Josuttis heeft met zijn godsdienstfenomenologische wending het nadenken over het heilige weer ingevoerd. Zijn concept is kritisch ontvangen:
(1) Men vindt het heilige te vaag voor de God van de Bijbel. Volgens Grözinger klopt dit gedeeltelijk, want God heeft een Naam. De Here presenteert zich echter ook als de heilige God.
(2) Het begrip mist theologische correctheid. Volgens Grözinger ontnemen theologisch correcte begrippen vaak het zicht op de werkelijkheid.
Het heilige geeft het hedendaagse levensgevoel met betrekking tot religie goed weer: men is niet expliciet religieus, maar voelt zich zowel aangetrokken (fascinosum) als zeer onder de indruk (tremendum).

De hedendaagse eredienst richt zich vaak echter alleen op de aantrekkingskracht en vergeet de heimelijkheid. Daardoor wordt de kerkdienst vaak gekenmerkt door kleinburgerlijkheid. Het heilige is niet zo nabij dat het mij op de schouder klopt, maar geeft mij ook de ervaring van afstand en vreemdheid.
Als voorbeeld hiervan geeft Grözinger het gesprek weer met zijn kapper, toen hij zich vlak voor Kerst liet knippen. De kapper ging alleen naar de kerstnachtdienst. Dan moest hij het gevoel krijgen dat onze lieve Heer naast hem in de bank zat. ‘Hoe zou je daarop reageren?’ vroeg Grözinger nieuwsgierig. Zijn antwoord: ‘Ik zou me wild schrikken!’
Vandaag de dag is er behoefte aan ‘kardinale discretie’ met betrekking tot het heilige: heilig ontzag, het naderen met vrees en beven.

Rituele herinnering aan Gods geschiedenis
In de Schrift is de heilige een Persoon met een naam. Het ervaringsspoor van God in Jezus Christus moet merkbaar zijn in de eredienst. Enscenering van dit ervaringsspoor is daarom noodzakelijk. Maar nog meer de theologische reflectie op dit ervaringsspoor.
In de theologie wordt binnen de triniteitsleer (de leer over de drie-enige God) op deze geschiedenis gereflecteerd. De triniteitsleer verwoordt de veelvoud van de geschiedenis van God (God Story, Gottesgeschichte) in Oude en Nieuwe Testament. In de triniteitsleer gaat het om die levende geschiedenis. Het gaat om de trouw en betrouwbaarheid van God in zijn omgang met mensen. Deze leer verzandt echter vaak in speculatie.
In de eredienst wordt de triniteitsleer in rituelen vormgegeven. Vandaar de noodzaak tot enscenering. In elke kerkdienst gaat het om Gods handelen in de schepping, in zijn uitverkiezing van Israël (de triniteitsleer is bewust anti-marcionitisch), in Jezus Christus tot verlossing van schepping en mensheid.
De triniteitsleer biedt volgens Grözinger een goede basis voor de betekenis van de kerkdienst in onze plurale samenleving.
In deze samenleving hebben mensen vaak alleen via-via een indruk van een kerkdienst. In films ligt er vaak de nadruk op dat een kerkdienst iets van het verleden is. De eredienst is daarom van belang: het gaat om de actuele, levende geschiedenis van God. Het christendom is nog niet voorbij. Ook een kerkdienst is niet doods gebeuren, zoals het Latijn een dode taal is, maar wordt volop gepraktiseerd en volop doorontwikkeld.

Actualisatie van de Heilige Schrift
De verdere ontwikkeling van de eredienst  gebeurt binnen het protestantisme door de actualisering van de Schrift. In binding aan de Schrift ontstaat vrijheid voor verdere doordenking en ontwikkeling.
In de protestantse traditie is God zelf aan het woord in de verkondiging. Het gesproken woord is daarom het meest passend voor het woord van God. Voor de reformator Martin Luther gaat het in de preek om een actueel en publiekelijk woord van God:
* actueel: het woord gebeurt steeds weer opnieuw en wordt steeds weer opnieuw waargenomen.
* publiekelijk: het gaat niet om een privé-openbaring of een mysterieus gebeuren.
In de prediking gaat het dan om de actualisering van dit woord van God. Deze actualisering is door de nauwe binding tussen Godswoord en mensenwoord nooit zonder risico’s. Deze actualisering vindt plaats door middel van enscenering.
Dit woord enscenering (een woord uit de wereld van film en toneel) betekent: het materiaal is van een ander (het woord van God is van God), maar in de publieke vertoning heeft de uitvoerder een eigen verantwoordelijkheid (de prediker die de preek houdt). De liturg heeft dus oefening in enscenering nodig om de geschiedenis van God in de prediking en liturgie te kunnen ensceneren. Net als een interpretatie van een kunstwerk of de uitvoering van een muziekstuk is de opvoering van de God Story in de preek open.
Bij een enscenering is nagedacht hoe het ‘verhaal’ in een toneelstuk of een film het beste kan worden weergegeven. Een goede regisseur is in staat om een indruk achter te laten bij de luisteraar of kijker, al heeft hij het niet in eigen hand. Een bezoeker gaat naar huis met de ervaring dat er iets met hem gebeurde. Die analogie bedoelt Grözinger als hij de kerkdienst een gebeurtenis noemt. Door de opvoering van de geschiedenis van God gaat de luisteraar met een indruk naar huis. Er gebeurde iets, maar de prediker had dat niet in eigen hand

ds. M.J. Schuurman

N.a.v. ALBRECHT GRÖZINGER, Toleranz und Leidenschaft. Über das Predigen in einer pluralistische Gesellschaft (Gütersloh: Chr. Kaiser / Gütersloher Verlagshaus, 2004) p. 37-57.

 

 

 
 
 
 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s