Niet de crisis van de cultuur, maar de crisis van de prediking

Niet de crisis van de cultuur, maar de crisis van de prediking

Prof. dr. A. van de Beek is op de GB-conferentie Geestelijk leiding geven in een tijd van crisis gevraagd om te spreken over profetische prediking. Deze crisis is niet zozeer crisis van de cultuur, maar van de prediking.

Van de Beek start met de vraag waar de crisis het ergst is. Waar moet op ingezet worden? Op  brood en spelen? Op atheïsten? Zo’n inzet zou de standpunten alleen nog maar bevestigen. Er moet niet bij de cultuur worden ingezet, maar bij de prediking. De prediking moet de cultuur bereiken. Niet andersom Voor je het weet bepaalt de cultuur wat er kan en mag gezegd worden.

Verkondiging
Daarom is de vraag die gesteld moet worden: Wat is prediking? De crisis is dat de prediking waarschijnlijk niet meer onder kritiek wordt gesteld. Daarmee stuiten we op een paradox: door te streven naar maatschappelijke relevantie maak je jezelf overbodig, want je verkoopt prietpraat. Er is een goede theologie nodig!
De kerk moet nadenken over de inhoud van de verkondiging: “De dood is overwonnen.” Het gaat om de verbijstering over Gods grote daden. Veel mensen vieren Pasen en Pinksteren, omdat deze bij de rituelen horen. De kerk moet vandaag de dag beginnen te geloven dat Gods grote daden waar zijn.
We moeten verlost worden van de vraag of dit op de cultuur ingaat. De vraag die de predikant zichzelf moet stellen is: geloof ik het zelf nog? De boodschap van Jezus Christus en die gekruisigd is geen wijsheid van deze wereld. Aansluiten bij de cultuur loopt uit op een nonsenseverhaal dat alsnog christelijk wordt geduid.

Kritiek op verbondstheologie
Van de Beek heeft kritiek op de verbondstheologie, zoals die binnen de Gereformeerde Bond leeft. Deze is hem – paradoxaal genoeg – te subjectief en te weinig objectief. De term berit is sterker dan ons woord verbond, want het gaat om een testament. De verbondstheologie suggereert alsof Nederland vergeleken kan worden met Israël. In de hermeneutiek van Van de Beek kan men niet rechtstreeks putten uit de oud-testamentische profeten. Deze profetieën zijn in Christus vervuld en moeten dus ook als reeds in Christus gepreekt worden.
Zonder Christus moeten we ons bij Elia voegen. Net als Mozes sterft hij buiten het  beloofde land. Bij de Nebo, waar het volk Israël zich te buiten ging. (Tijdens de bespreking gaf Van de Beek aan, dat hij steeds meer ontdekt hoe de structuren van OT en NT op elkaar lijken.)
Als we ons zouden richten op de (nationale) samenleving moeten we putten uit het Nieuwe Testament en niet het Oude.
De crisis in de prediking is volgens Van de Beek veroorzaakt door slechte hermeneutiek. Men is vergeten – volgens kritiek is nadrukkelijk voor de groep bestemd! – dat Christus de waarheid is. Men heeft een voorzienigheidsprediking die Christus dreigt te verdringen. Men vergeet dat het om de voorzienigheid van het lam gaat: God zelf zal in een brandoffer voorzien.

identiteit in Christus
De eerste pinksterpreek gaat over Christus, die gij gekruisigd hebt. De kruisiging is een oordeel. Van Christus zijn betekent je leven verliezen in een nieuwe identiteit. De grootste vreugde voor een christen is dat hij bevrijd wordt van zichzelf en je identiteit ontvangt van Christus. Je bent als christen niet meer het subject van je geschiedenis.
Dit dient het kader te zijn van waaruit gesproken wordt over de cultuur. En dat is niet gemakkelijk.

Verlichting

Van de Beek gaat kritisch in op de zelfbevestiging die er in onze cultuur aanwezig is. In de Verlichting werd er een verschil gemaakt tussen hoe de mens is (sein) en hoe de mens behoort te zijn (sollen). Er is een discrepantie: eigenlijk is mijn werkelijkheid nog geen werkelijkheid. De meeste aanhangers van de Verlichting waren optimisten, die geloofden dat de mens deze werkelijkheid uit zichzelf kon bereiken. Kant was pessimistischer: je zult er toch eens aan sterven.
Volgens Genesis 1 is de bij een discrepantie tussen hoe de mens is en hoe hij behoort te zijn het menszijn dood en het komt niet meer goed. Er is een verschil tussen werkelijkheid en goddelijk gebod. Het leven is geen menselijk leven meer en daar worden wij juist van bevrijd. Alleen door de dood van Christus is er redding mogelijk.
De verleiding is om wel de discrepantie te zien en optimistisch te zijn over het toewerken naar hoe de mens moet zijn. Daarbij wordt Christus vergeten.

Postmoderniteit
Vandaag de dag is er een andere discrepantie: die tussen zijn en mensen. Het gaat niet meer om wat we hebben, maar om wat we willen hebben; niet meer om het goede, maar om het gewenste.
Hebben mensen er eertijds naar gejaagd om vroom te leven en daarna om goed te leven, nu jaagt men naar alles wat men wil, niet het goede, maar het gewenste. Wat zijn de onderwerpen die het doen? Dat zijn sport, reizen, spelletjes, moderne muziek, internet. Wat ze allemaal gemeenschappelijk hebben, is dat ze ons weghalen uit de gewone werkelijkheid. Om niet het gesprek met jezelf te hoeven aan te gaan.
Onder dit zoeken van verstrooiing zit in wezen een diepe ver­achting van de werkelijkheid. Mensen willen weg uit hun werkelijkheid. De wereldverachting van de christen valt in het niet bij de wereldverachting van de postmoderne mens.
De schuld van de ander is dat mijn wensen niet worden vervuld. Ik heb het recht om… Ik heb de vrijheid om… De ander en de overheid dienen te zorgen voor de vervulling van mijn wensen, maar ze mogen de verantwoordelijkheid en de rekening niet bij mij neerleggen.
De postmoderne mens kan daarom niets meer met de instellingswoorden bij het Heilig avondmaal. Hij kan avondmaal alleen nog maar vieren als een agapè-maaltijd die verstrooiing biedt. De verstrooiing staat lijnrecht tegenover de theologia crusis.

Prediking
Er zijn twee wegen: of we preken in lijn met de hedendaagse mens met zijn behoefte aan troost. De prediking en de liederen versterken de oppervlakkigheid. Het spreekt de mensen aan omdat het niets meer zegt.
De andere mogelijkheid is de confrontatie. Dat ook de postmoderne mens als zondaar bevrijd moet worden. Niet door wetten en regels, maar door confrontatie met de gekruisigde Christus. Jezus dwingt je om na te denken over de verborgen ruimte in je leven waarvoor je wegvluchtte. In Jezus leer je jezelf te verliezen zonder verloren te gaan. De prediking loopt een risico over het leven te preken zonder het afsterven. We kunnen door de veranderde tijd niet meer hetzelfde zeggen. Een moreel beroep werkt niet meer. De inhoud verandert niet, maar wel de woorden en de vormen.
Christenzijn betekent een nieuw leven; geen emancipatiebeweging of anti-emancipatiebeweging. In de Vroege kerk had de prediking te maken met het dagelijks leven: met overgave tot de dood, met het leven zo te leven dat er geen abortus nodig is, door de afwijzing van de militaire dienst (we hoeven niet meer voor ons behoud te vechten). We moeten het in de prediking weer aandurven om die dingen te zeggen die confronterend zijn: confronterend voor mensen die van zonde niet meer willen weten én confronterend voor mensen die een ogenschijnlijk solide christelijke wijze van bestaan voor ogen hebben, die echter slechts onze eigen vorm van zelfhandhaving is.
Deze laatste confrontatie –met wat we denken dat christen-zijn is– kon in onze kringen wel eens de hardste zijn, maar als we die confrontatie aandurven, zou dat ongetwijfeld meer mensen raken dan de aanpassende prediking vol compromissen die nu dreigt.

Aanvulling tijdens de discussie
Je moet de cultuur kennen om te weten hoe de christen sterft aan zichzelf. Waarom is Van de Beek vaak zo kritisch op de cultuur? Cultuur houd je af van sterven, omdat het veiligheid biedt. De startpunt is wat wij te zeggen hebben over Jezus. Paulus sluit op de Areopagus aan bij de cultuur om de cultuur de nek om te draaien. Van de Beek bepleit het belang van het avondmaal. De christen is aan de avondmaalstafel meer thuis dan aan de keukentafel. Wat betekent het om de dood van Christus te vieren? Het begint met een boodschap die confronterend is, een vraag aan mijn leven omdat mijn leven reeds geoordeeld is.
Geestelijk leiding geven betekent de gemeente bewaren in de waarheid van de apostelen. Predikanten moeten de gemeente het niet altijd aanzeggen. De gemeente is geen heiden. Dat vindt Van de Beek te Barthiaans.
De prediking gaat niet alleen in tegen idealen en vooruitgang, maar ook tegen de angsten. Wat kan ons schaden, wat kan ons scheiden? Christus is opgewekt! – daar moet het in de prediking over gaan.
In de prediking moet het niet gaan om het concrete wereldgebeuren. Het doet er niet meer toe en daarom moet er in de prediking erover gesproken worden om te zeggen dat het er niet meer toe doet. De gemeente gaat over tot de orde van de Grote Dag.
Wij zijn geen profeet, want de profetieën zijn in Christus vervuld. Bovendien is de duiding te selectief. We hebben het wel over een vliegtuig met 100 mensen dat neerstort, maar niet over de miljoenen die in Congo en Uganda omkomen.

M.J. Schuurman

In het Reformatorisch Dagblad stond deze samenvatting: http://www.refdag.nl/opinie/opinie/predikant_moet_weer_durven_confronteren_met_ongeloof_1_481125

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s