Op weg naar het doen van belijdenis (2): Jezus verzorgen

Op weg naar het doen van belijdenis (2)

Jezus verzorgen

Kort daarop begon hij rond te trekken van stad tot stad en van dorp tot dorp om het goede nieuws over het koninkrijk van God te verkondigen. De twaalf vergezelden hem, en ook enkele vrouwen die van boze geesten en ziekten genezen waren: Maria uit Magdala, bij wie zeven demonen waren uitgedreven, Johanna, de vrouw van Chusas, de rentmeester van Herodes, en Susanna – en nog tal van anderen, die uit hun eigen middelen voor hen zorgden. (Lukas 8:1-3)

Elke discipel heeft zijn eigen verhaal te vertellen. Simon en Andreas geven hun beroep als visser op. Er zijn ook vrouwen die meegaan. Deze vrouwen staan in de schaduw, maar zijn wel belangrijk. Zij zorgen ervoor dat Jezus en de discipelen kunnen rondtrekken. De vrouwen zorgen er namelijk voor, dat de Here en zijn discipelen niets tekort komen. Als volgeling van de Here Jezus hoef je niet op te vallen. Soms kun je juist als je niet opvalt veel meer betekenen. Net zoals Susanna en Johanna.
Deze vrouwen hebben wel een verhaal te vertellen. En wat voor verhaal! De Here Jezus heeft  hen bevrijd van boze geesten en ziekten. Door de Here Jezus hebben ze geleerd wat geluk betekent. Ze zijn niet meer gebonden, maar kunnen gaan en staan waar ze willen. Daarom willen ze de Meester niet missen. Ze willen in Zijn buurt zijn.
Welk verhaal heb jij te vertellen? Wat betekent de Here Jezus voor jou?

ds. M.J. Schuurman