Martin Luther en zijn theologie van het kruis

Martin Luther en zijn theologie van het kruis

Voor Luther is de ‘theologie van het kruis’ de kern van zijn theologie. ‘CRUX sola est nostra theologia.’ Vanuit hedendaags perspectief worden er echter bezwaren aangedragen tegen Luthers visie. Moet die ‘theologia crucis’ nog wel gehandhaafd worden?
Hans-Martin Barth neemt zijn vertrekpunt in de kritiek op de theologie van het kruis. Hij gaat na wat Luther beoogde en sluit af met een kritische evaluatie.

Kritiek
De meeste kritiek raakt niet alleen de visie van Luther, maar van de gehele klassiek-reformatorische visie op het kruis van Christus.
De betekenis van dit kruis is voor veel mensen verdwenen. In veel kerken spreekt men niet over de lijdenstijd, maar over de veertigdagentijd. Waarbij niet altijd duidelijk is wat deze periode nog te maken heeft met het kruis.
Het kruis staat symbool voor de macht van de kerk. Deze macht is tanende, maar de kerk heeft moeite om dit verlies te accepteren. Eind jaren-’90 is er in Duitsland een stevige discussie gevoerd over de aanwezigheid van het kruis in klaslokalen (het zgn. Kruzifix-Beschluß).
Mensen in het westen kunnen niets meer met het kruis aanvangen, omdat zij in staat zijn zichzelf te ontplooien. Aan de andere kant zijn er velen in deze wereld die zoveel lijden, dat zij met het kruis van Christus ook niets kunnen beginnen.
Velen hebben vandaag de dag moeite met de klassieke visie, dat Jezus’ dood een offer zou zijn. Vanuit andere godsdiensten stuit men ook op onbegrip: hoe kan de veroordeling van één enkele mens van betekenis zijn voor de gehele mensheid?

Het uitgangspunt
Luther introduceert het begrip theologia crucis voor het eerst in 1518 in de Heidelberger Disputaties.
Twee bijbelteksten vormen de basis voor deze theologie van het kruis: 1 Korinthe 1:18vv (het kruis als dwaasheid voor de Grieken en ergernis voor de Joden) en Romeinen 1:18-23.
In de Heidelberger Disputaties gebruikt Luther het kruis van Christus om aan te geven dat men niet genoeg heeft om te spreken over God als de schepper. Men kent God onvoldoende als men alleen naar Zijn handelen in de schepping kijkt. Die weg is niet meer begaanbaar, omdat de mens die weg heeft misbruikt. Sindsdien kan men God alleen maar kennen op de manier waarop Hij zich bekend maakt(e) aan onze werkelijkheid: door Zijn, nederigheid, lijden en kruis. Alleen in Christus kunnen wij de eeuwige God ontmoeten.
Luther gebruikt de theologie van het kruis op een kritische manier: om de zelfverheerlijking en de zelfbepaling van mensen door te prikken. De mens kan God niets aanbieden wat Hem behaagt. Tegelijkertijd vormt God uit de (gevallen) mens een nieuwe schepping. Deze herschepping is vergelijkbaar met de opstanding der doden: het niets wordt tot aanzijn, tot leven geroepen.
Het kruis is voor Luther de plaats waar wij mensen God kunnen vinden. God is vooral te vinden in de vernedering. Het kruis van Christus, Zijn sterven waarin Gods vernedering blijkt, is het kernstuk van het christelijk geloof en werkt in alle onderdelen door.

Kritisch op prestatiedruk
Het tegenovergestelde van de theologie van het kruis is de theologia gloriae: theologie die zich baseert op menselijke prestatiedrang. Deze menselijke prestatiedrang heeft de neiging om God voor zijn karretje te spannen. God wordt op die manier een menselijk instrument. De mens is dan niet meer wat hij hoort te zijn: dienaar van God. De mensen die deze theologie aanhangen zijn mensen die streven naar een perfect leven, ook voor Gods aangezicht. Men streeft dan naar indrukwekkende kerkgebouwen en structuren, naar invloedrijke gemeenschappen. Het kruis van Christus is voor deze gelovigen eerder een abstract idee of een symbool.
De werkelijke kerk is volgens Luther echter onaanzienlijk: een kerk in de schaduw, bespot vanwege de dwaasheid van het evangelie. De Koning van de kerk is een knecht (Jes. 53)
De theologie van het kruis krijgt daarmee ook een politieke lading. Vanuit de knechtsgestalte van de Heer kan er kritiek worden uitgeoefend op elke machtsaanspraak.

Barth betreurt het echter dat Luther in concrete situaties, zoals de Boerenopstand (1525) niet de volledige consequenties heeft getrokken uit zijn eigen leer. Maar ook hier ligt het genuanceerder dan ogenschijnlijk lijkt. In zijn boek gaat hij in op de rol van Luther in de Boerenopstand (p.72-87) in het hoofdstuk over ‘Zugangsschwierigkeiten’.

M.J. Schuurman

N.a.v. Hans-Martin Barth, Die Theologie Martin Luthers Theologie (Gütersloh: Gütersloher Verlagshaus, 2009) p. 169-192: ‘Alternative – zwischen Kreuz und Selbstbestimmung’.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s