Preken zonder effect?

Preken zonder effect?

Hoe komt het dat veel preken geen effect hebben op de luisteraar? Dat is de vraag die Wilfried Engemann (hoogleraar Praktische Theologie in Münster) bezig houdt. Volgens hem de preek zonder effect te maken met de prediker.

De meeste predikers zijn niet in staat om aan te geven wat zij met hun preek willen bereiken. Ze houden zich er ook niet mee bezig. Als ze met een te bereiken effect komen, is het vooral een cognitief doel: wat de bijbel (of de geloofsleer) over iets zegt. Volgens Engemann moet de prediker zich meer bezighouden met wat de preek kan bereiken.
Om de preek effectief te laten zijn, dient de praktische theologie in gesprek te gaan met de filosofie. Volgens Engemann breekt het de praktische theologie op, dat zij nauwelijks in gesprek is met de filosofie. De filosofie laat zien, dat het effect van iets te maken heeft met het bestaan in ruimte en tijd. Laten veel predikers het ruimtelijke en tijdelijks aspect nu verwaarlozen.
Binnen de theologie heeft het nadenken over de preek, die een daad is die resultaat beoogt, te maken met de scheppingstheologie. Engemann laat in dit artikel zien, wat de betekenis van de scheppingstheologie voor de prediking is.
Relationeel
In de prediking gaat het niet alleen om informatieoverdracht, maar vooral om het bewerkstelligen van een relatie. In de verkondiging is God aan het woord, die de mensen aanspreekt. God heeft de mens geschapen als een wezen dat God kan antwoorden.
Dit aanspreken van de mensen heeft tot doel de mens te vernieuwen. Het gaat om het afsterven van de oude mens en opstanding van de nieuwe mens.
Als God spreekt, ontstaat er geschiedenis: ruimte en tijd. Preken verliezen juist ruimte en tijd uit het oog. Daarom zijn veel preken niet bezig met het heden, maar met het verleden of de toekomst. Alleen als de preek in het heden geworteld is, kan de preek een vernieuwend effect op mensen hebben. ‘Tatort’ is een belangrijke categorie van in de homiletiek. De preek helpt mensen dan bij de overgang van oude naar nieuwe mens.

Op basis van ervaringen
Om in het heden te kunnen verkondigen zijn ervaringen uit het verleden wel belangrijk. Het heden is gebaseerd op ervaringen van het verleden. Ook verwachtingen uit het verleden behoren tot ervaringen. Deze ervaringen helpen om het heden te duiden en perspectieven voor de toekomst te ontwikkelen. Nieuwe inzichten kunnen niet zonder traditie. Discontinuïteit en continuïteit, herhaling en het unieke gaan samen op. Ook in de prediking. Een preek kan niet alleen nieuwe inzichten bevatten of alleen traditionele inzichten.

Woord van macht

Het spreken van God bij de schepping is een woord dat een nieuwe werkelijkheid creëert. Een Woord van macht; een woord met macht. Het spreken van God bij de schepping betekent ook dat de chaos wordt bedwongen.
Voor de mens betekent het spreken van God, dat de mens zowel vrijheid als gemeenschap ontvangt.Ook in dit opzicht is de preek een scheppingshandeling: er wordt orde geschapen in de chaos van het menselijke leven.
De mens wordt aangesproken. De mens antwoordt op het spreken van God. De preek dient ervoor te zorgen dat (in het dagelijks leven) dit gesprek voortgezet wordt.
Preken is dus niet een oude tekst tot leven roepen, maar een ‘nieuwe tekst’ creëren. Deze ‘nieuwe tekst’ is een samensmelting van de bijbeltekst en het getuigenis van de prediker. Dit getuigenis ontstaat uit intensieve confrontatie met en verwerking van de bijbeltekst.

Homiletische consequenties
Op basis van de scheppingstheologie heeft de prediking te maken met de volgende taken:
(1) Historische relevantie (prediking in het hier en nu): de prediking moet een aanknopingspunt worden voor nieuwe verhalen en geschiedenissen.
(2) De mogelijkheid om het leven in vrijheid en gemeenschap vorm te geven: de luisteraar wordt dader van het Woord.
(3) Het openen van de dialoog tussen God en mensen.

Speelruimte
Engemann gebruikt het beeld van de speelruimte om de homiletische consequenties uit te werken. Een speelruimte is een kader waarin het mogelijk is om te bewegen en zelfstandig te handelen.
In de recente filosofie wordt de metafoor van de speelruimte gebruikt om aan te geven dat de mens in staat is om in het werkelijke heden in liefde en vrijheid te handelen.
In Genesis 1 en 2 wordt aangegeven dat God voor de mensen een ruimte schept om te leven, te beslissen en te handelen. (Ook de verhoorde klacht – term van de theoloog Oswald Bayer – is een ruimte die door God geschapen is.)
De preek moet niet alleen maar bezig zijn met de historische betekenis van de bijbeltekst, maar vooral met het effect op de lezer en luisteraar.
Dit effect dat een tekst kan hebben op de lezer is in de literatuurwetenschap en de hermeneutiek de laatste tijd veel onderzocht. De preek is een open kunstwerk. Dat betekent niet dat elke betekenis mogelijk is, maar dat de preek de ogen opent voor de onbegrensde mogelijkheden van het koninkrijk der hemelen (Karl-Heinrich Bieritz).
De openheid van een preek heeft gevolgen voor het effect van de preek. Hoe meer de preek déze openheid (van het koninkrijk der hemelen), hoe effectiever een preek is. De preek schept een unieke ruimte om het geloof in daden om te zetten.

Anticiperen op de toekomst – het heden vormgeven
De preek als scheppingshandeling heeft met de drie dimensies van tijd te maken: verleden – heden – toekomst. Vooral het heden, gebaseerd op het verleden, is belangrijk. Het heden zonder toekomst is een leven zonder doel en intentie. Het heden anticipeert op de toekomst.
Deze anticipatie op de toekomst is een belangrijk element in de verkondiging in het Oude en Nieuwe Testament. Door vooruit te grijpen op de toekomst, heeft de anticipatie ook een kracht om situaties te veranderen. Anticipatie kan daarom bijdragen aan de realisering.
Anticipatie heeft ook te maken met imaginatie, de kracht om de toekomst te verbeelden. Zowel anticipatie als imaginatie zijn in staat om de luisteraar uit te nodigen om in de preek in te stappen.

De prediker als schepsel
Oswald Bayer heeft erop gewezen dat schepping een aanspraak van God tot de schepsel door middel van het schepselmatige. Ook in de preek is dat terug te zien. De woorden van God komen tot mensen door middel het schepselmatige: de woorden (en de persoon?) van de prediker.
Daarom is het van belang dat de prediker zichzelf als schepsel ziet. Daarom behoort het tot de homiletische competentie om op zichzelf te reflecteren en de eigen subjectiviteit te accepteren, afscheid te nemen van valse zelfbeelden.
De prediker kan in dit opzicht ook een voorbeeldfunctie vervullen voor de gemeenteleden. In het proces van mediteren over de bijbeltekst, door goed te luisteren naar de eigen angsten en verlangens, door gesprekken met anderen, kan de prediker als een authentiek persoon de gemeente tegemoet treden. De prediker is geen projectie van zichzelf of van de gemeente.

De gemeente herkent in de prediker een medeschepsel die geplaatst is onder de macht van Gods Woord. De luisteraar herkent een speelruimte, waarin toekomst (vrijheid en gemeenschap) en heden in de prediking samenkomen.

ds. M.J. Schuurman

N.a.v. Wilfried Engemann, ‘Predigt als Schöpfungsakt. Zur Auswirkung der Predigt auf das Leben eines Menschen’, in: Idem (Hg.), Theologie der Predigt. Grundlagen – Modellen – Konzequenzen. Arbeiten zur Praktischen Theologie 21 (Leipzig: Evangelische Verlagsanstalt, 2002) 71-92

About these ads