Stuk onverstand! (Lukas 12:13-23)

Stuk onverstand!
(Lukas 12:12-23, Naardense Bijbel)

Geld maakt niet gelukkig. Dat is een oude wijsheid. Hoe komt het dan dat mensen veranderen als er opeens veel geld in hun leven komt?
Drie goudzoekers vinden goud. Na een minuut is er nog 1 over, die zijn colt wegstopt. Een vrouw wint de lotto van 1,7 miljoen. Zij zegt niets tegen haar man en begint zonder haar man te informeren aan een scheiding. Na enige tijd zit zij diep in de schulden. Drie zussen kunnen goed met elkaar overweg. Totdat er een erfenis te verdelen valt. De erfenis blijkt vele malen hoger te zijn dan verwacht.
Hoe komt het dan dat mensen veranderen als er opeens veel geld in hun leven komt? We hebben geen bijbeltekst nodig, die deze ervaring nog eens bevestigd. Eerder een bijbeltekst die ons zulk tegenstrijdige en toch diepmenselijke gedrag doet begrijpen. Eigenlijk een paar regels voor de moeilijke kunst van het leven.
Jezus vertelt een verhaal over een rijk man, die grotere schuren bouwt. Omdat we het verhaal kennen en de afloop, valt ons de dwaasheid van de man op. Dat is echter wijsheid achteraf. Hoe voorkomen wij, dat wij net als deze man handelen?

Jezus vertelt deze gelijkenis in een bepaald kader: Hij heeft net verteld dat God een oogje in het zeil houdt. Niet om ons steeds te controleren, maar vanuit Zijn vaderlijke zorg. Jezus wil afsluiten: ‘Zo is God met jullie.’
Dan komt er een man om te vragen of hij een oordeel wil vellen over een erfeniskwestie. Jezus had net uitgelegd, dat God geïnteresseerd is in de mens om wie hij is. Niet om wat hij heeft.

(wordt vervolgd)

ds. M.J. Schuurman

N.a.v. Wilfried Engemann, Aneignung der Freiheit. Essays zur christlichen Lebenskunst (Stuttgart: Kreuz-Verlag, 2007) p.

Engemann schreef meer over levenskunst:
– ‘Aneignung der Freiheit. Lebenskunst und Willensarbeit in der Seelsorge’, Wege zum Menschen 58. Jrg. (2006) 28-48.
– ‘Erschöpft von der Freiheit – Zur Freiheit berufen. Predigt als Lebens-Kunde unter den Bedingungen der Postmoderne’, in: Hanns Kerner (Hg.), Predigt in einer polyphonen Kultur (Leipzig, 2006) p. 65-91.
– ‘Die Lebenskunst und das Evangelium. Über eine zentrale Aufgabe kirchlichen Handelns und deren Herausforderung für die Praktische Theologie’, ThLZ 129. Jrg. (2004) 875-896.
– ‘Die praktisch-philosophische Dimension der Seelsorge’, in: Wilfried Engemann (Hg.), Handbuch der Seelsorge (Leipzig, 2007) 308-322.

De schat in de akker (Mattheüs 13:44)

Alles verkopen – met vreugde
44 Het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die verborgen lag in een akker. Iemand vond hem en verborg hem opnieuw, en in zijn vreugde besloot hij alles te verkopen wat hij had en die akker te kopen. (Mattheüs 13:44)Voor een arme landarbeider is dit de ultieme droom: een schat vinden. Wanneer hij zoiets zou vinden, zou hij nooit meer hard hoeven te werken voor een boer. Zou hij nooit meer in de hitte hoeven te ploeteren. Zou hij zijn vrouw en kinderen kunnen onderhouden. In de Antieke Oudheid zijn vele verhalen bekend over mensen die een schat vonden.
De tijd waarin Jezus leefde, was een onrustige tijd. Zowel in economisch als in politiek opzicht. Nog niet zo heel lang waren de Romeinen de baas. Zij waren gekomen, omdat er reeds een conflict was. Een van de partijen koos ervoor om de Romeinen erbij te betrekken. De Romeinen werden echter niet door iedereen geaccepteerd. Dertig jaar na de dood barstte er een grote opstand uit. Ook eerder al waren er steeds opstootjes.
Oorlog doet een economie geen goed. In de tijd van Jezus leefde 30% van de mensen onder de armoedegrens.

De ultieme droom

Geraffineerd
Als deze man de schat vindt, verbergt hij de schat weer en verkoopt hij alles wat hij heeft om de schat in handen te krijgen. Een riskante investering, want als de schat weg was, had hij niets meer en werden zijn vrouw, zijn kinderen en hijzelf als slaaf verkocht.
Wat verkoopt deze man allemaal? Alles wat hij van zijn ouders heeft geërfd. Alles wat hem vertrouwd was. Alle spullen uit de keuken, de voorraden, de meubels, kledingstukken. Hij zet alles op één kaart. Volgens Klaus Berger is deze mens ‘een geraffineerde man’,  ‘zonder remmingen bedacht op zijn eigen voordeel’.

Koninkrijk van God
Dit voorbeeld gebruikt Jezus om iets uit te leggen over het Koninkrijk van God. Hij velt geen moreel oordeel over deze man. Het enige dat Hij aangeeft, is de bereidheid van deze man om alles op één kaart te zetten. Om zo het eeuwige leven bij God te vinden.
Berger wijst op een woord, dat bij het navertellen vaak vergeten wordt: met vreugde verkoopt deze man al zijn spullen. Het vinden van het koninkrijk van God gaat gepaard met vreugde. Vreugde is voor Jezus en voor de Vroege Christenen een belangrijk begrip (vgl. Eduard Lohse, Die Freude des Glaubens. Die Freude im Neuen Testament, 2007). Volgens Berger heeft de vreugde ook een keerzijde: de pijn van het afscheid. Bij het navolgen van Jezus hoort ook het afscheid nemen van alles wat je had.
* Op welke manier is het koninkrijk van God (voor ons) verborgen?
* Hoe kunnen wij het koninkrijk van God vinden? Of stuit je er zomaar op?
* Is de vreugde om alles op te geven herkenbaar?

Vragen om over door te denken

ds. M.J. Schuurman

Geraadpleegde literatuur
Klaus Berger, Was ist biblische Spiritualität? (2003). Idem, Jesus (2004). Commentaren op het evangelie van Mattheüs van: Joachim Gnilka (1986), Craig C. Keener (1999), Ben Witherington (2008).
Tevens het fragment van wat een commentaar moeten worden: Jürgen Roloff, Jesu Glechnisse im Matthäusevangelium. BThSt 73 (Neukirchen-Vluyn, 2005) – Roloff was bezig met een commentaar. Toen hij overleed was dit fragment klaar.

Werkvormen in het godsdienstonderwijs en de catechese (2) De 20 belangrijkse werkvormen

Werkvormen die in de catechese / godsdienstles gebruikt kunnen worden. – De 20 belangrijkste

Voor de (ervaren) docent zal hier niets nieuws vermeld worden.  Voor iemand die geen onderwijservaring heeft, heb ik een samenvatting gemaakt van werkvormen die in een kindernevendienst, een catechese, een vakantiebijbelweekactiviteit of een godsdienstles gebruikt kunnen worden.
Het gaat hier om een samenvatting van: Chr. Grethlein, Methodischer Grundkurs für den Religionsunterricht (2000).


Werkbladen

Werkbladen zorgen ervoor dat de godsdienstles als een serieus schoolvak kan worden gezien. Werkbladen dienen wel met zorg te worden gekozen. Grethlein vindt het verstandig om werkbladen alleen uit te delen als het boek niets over het desbetreffende leerdoel vermeldt. Werken met werkbladen versterkt de concentratie.

Er zijn verschillende soorten werkbladen: (a) met alleen tekst, (b) een tekst waarin ontbrekende woorden kunnen worden ingevuld, (b) met tekeningen en/of grafieken, (d) of een combinatie.
Werkbladen kunnen in elke fase van de les gebruikt worden:
* Aan het begin: om leerlingen te motiveren voor deze les; om de les bij hun belevingswereld te laten aansluiten.
* In het midden: als verwerking of intensivering van de aangeboden stof.
* Aan het einde: als samenvatting of stimulans om verder op dit thema door te denken.

Visualisatie
Veel mensen zijn vooral visueel ingesteld en leren ook het beste wanneer ze iets te zien krijgen. Beelden kunnen abstracte theologische begrippen concretiseren. Voor jongeren zijn karikaturen en spotprenten geschikt.
Ook afbeeldingen dienen zorgvuldig te worden uitgekozen. Kwalitatief goede afbeeldingen zijn te vinden via: www.uni-leipzig.de/ru (doorklikken naar Gemäldesammlung).
Bij het kijken naar kunst is het van belang veel tijd te nemen voor observatie.
Stappen:
(1) Rustig observeren van de afbeelding. Het observeren dient aangeleerd te worden!
(2) Beschrijven van wat men ziet.
(3) Informatie over tijd van ontstaan, herkomst van de afbeelding, inlichtingen over de kunstenaar.
(4) Duiding, bijvoorbeeld: de kunstenaar wilde dit bereiken.
(5) Persoonlijke ontmoeting met de afbeelding (wat zegt deze afbeelding mij?)
(6) Vastleggen van de resultaten. Verband leggen met het leerdoel.

In stilte werken: alleen of met z’n tweeën

Bij grote klassen bestaat het risico dat slechts enkele leerlingen actief betrokken zijn bij de les. Deze werkvorm biedt iedereen de mogelijkheid om mee te doen. Deze werkvorm houdt er ook rekening mee, dat veel leerlingen informatie liever zelfstandig verwerken. Deze werkvorm is in elke fase van de les mogelijk. Van belang is het om de opdracht precies uit te leggen.
De docent heeft met deze werkvorm ook de mogelijkheid om zwakkere leerlingen meer te ondersteunen.
Wanneer men een bepaalde opdracht met z’n tweeën moet doen, is deze werkvorm geschikt om een klassikale behandeling voor te bereiden.

Ontspanningsoefeningen / meditatie
Rusteloosheid is een kenmerk van deze maatschappij. Om een religieuze ervaring te krijgen, is er vaak rust nodig. Ontspanningsoefeningen hebben twee doelen: (1) verdiepende omgang met de werkelijkheid d.m.v. gebed of meditatie, (2) om een onrustige klas te helpen bij het vinden van discipline.
Deze oefening hoeft niet lang te duren. Al bij een oefening van 3-5 minuten heeft een leerling het gevoel tot rust gekomen te zijn.
Wanneer deze oefening interesse opwekt bij een bepaalde klas, kan de meditatie worden voortgezet bij het lezen van een (bijbel)tekst of het observeren van een kunstwerk.

Vertellen
De christelijke godsdienst is gebaseerd op verhalen, waarin mensen hun ervaringen met God en medemens vertellen. In de bijbel zijn deze verhalen gebundeld.
Van belang is het om van tevoren te bedenken of een verhaal geschikt is voor een les. Bijbelverhalen zijn immers niet gericht op kinderen. Kinderen leven bovendien in de postmoderniteit en niet in de oudheid. Vooral in oudere basisschoolklassen luisteren kinderen graag naar een verhaal.

Het kijken naar een film
Het kijken naar een film in een godsdienstles voorkomt dat leerlingen gaan denken dat geloof weinig met het alledaagse leven te maken heeft.
Men kan van een film gebruik maken om te motiveren of om de lesstof te verdiepen. De film dient van tevoren reeds bekeken te zijn. Het is van belang om bij een film genoeg tijd in te ruimen voor de voorbespreking en de nabespreking. Wanneer er in een film meerdere lagen aanwezig zijn, is het goed om er van tevoren over na te denken of de film in 1 keer wordt getoond of in fragmenten.

Werken in groepen
Het christelijke leven is onderdeel van een gemeenschap. In een kerkdienst komt dat het meest tot uiting in de viering van het avondmaal. Het werken in groepen biedt tegelijk de mogelijkheid om te oefenen in ‘christelijke gemeenschap’.
Werken in groepen is geen gemakkelijke vorm. Wanneer een klas er nog niet mee bekend is, is het goed om in kleine stapjes te oefenen. Bijvoorbeeld door alleen of met z’n tweeën te werken. Het werken in groepen dient geïntegreerd te worden in de rest van de lessen.
Het werken in groepen kan men op twee manieren gebruiken: elke groep is met een deelthema bezig of elke groep is met hetzelfde thema bezig. Bij de eerste opzet is het goed om te kijken of het te behandelen thema aansluit bij de deelnemers van die groep.
Bij het begin van werken in groepen is het goed om de taakverdeling van tevoren helder te hebben: wie schrijft, wat is er nodig, hoe lang mag erover gedaan worden?

Huiswerk

In een godsdienstles is de verbinding tussen wat er in de les geleerd wordt en wat er buiten de les plaatsvindt van belang. Het christelijk geloof stempelt het gehele leven. In dat kader kan er ook huiswerk opgegeven worden. Huiswerk maken is niet populair, maar is wel geschikt om leerlingen zelfstandig de stof te laten verwerken. Als het huiswerk niet regelmatig wordt opgegeven, zullen leerlingen nauwelijks huiswerk maken.

Gebruik maken van een schrift of een werkboek
Met een schrift of een werkboek stimuleert een leraar om de leerlingen systematisch te werken. Om het leren te bevorderen is een overzichtelijk werkboek van belang.

Controleren of het leerdoel gehaald wordt; overhoring
Kinderen en jongeren presteren graag en zijn trots op hun prestatie. Aan de andere kant kunnen leerlingen ook kwetsbaar zijn als een prestatie gemeten wordt.
Grethlein: vanuit de rechtvaardigingsleer is het van belang om het onderscheid tussen de daad (huiswerk of prestatie) en de dader (leerling) te blijven hanteren.
Er is een verschil tussen de controle of het vooropgezette leerdoel gehaald wordt en de overhoring die tot een cijfer leidt. Voor het controleren of een leerdoel gehaald wordt, zijn immers meerdere (zoals de reeds genoemde) werkvormen mogelijk.

Schilderen
Kunst is al vanaf de oudheid een bijzonder middel om iets uit te drukken. Schilderen of tekenen is een creatieve werkvom, die op verschillende manieren gebruikt kan worden: als introductie van een nieuwe les, als verdieping van de leerstof, als middel om te kijken of het leerdoel wordt gehaald.
Er is een verschil tussen vrij (associatief) tekenen en tekenen aan de hand van een van tevoren bepaald thema.
Tot aan de puberteit tekenen kinderen graag en met veel fantasie. In de puberteit gaat een leerling meer nadenken over de te gebruiken techniek, zodat een tekening of schilderij niet snel meer een uitdrukking van een bepaalde ervaring of gevoel is.
Leerlingen zijn kwetsbaar als het om tekenen gaat. Het is beter om de leerlingen te prijzen om wat zij hebben begrepen dan om de tekeningen kritisch te benaderen.
Tekenen veronderstelt een ongedwongen sfeer en is daarom in moeilijke klassen niet echt geschikt.

N.a.v. Christian Grethlein, Methodischer Grundkurs für den Religionsunterricht. Kurze Darstellung der 20 wichtigsten Methoden im Religionsunterricht von Sekundarstufe 1 und 2 mit Beispielen (Leipzig: Evangelische Verlagsanstalt, 2000)

Christian Grethlein is hoogleraar Godsdienstpedagogiek en voorheen leraar op verschillende scholen.

Werkvormen in godsdienstonderwijs en catechese (1) De basisprincipes

Werkvormen in godsdienstonderwijs en catechese (1) De basisprincipes

10 basisprincipes
(1) Afwisseling van werkvormen: in een les dienen minimaal 3 verschillende werkvormen aan bod komen.

(2)  Ook over langere termijn dient er een afwisseling van methoden te zijn. Hou hier met en jaarplanning rekening mee.

(3) Afzonderlijke werkvormen dienen duidelijk van elkaar gescheiden te zijn.

(4) De keuze voor een werkvorm is afhankelijk van het leerdoel. Daarnaast is het goed om rekening te houden met wat de kinderen reeds gewend zijn.

(5) Werkvormen dienen in de regel de zelfstandigheid van de leerling te bevorderen.

(6) Het is van belang om belangrijke doelen, zoals de inhoud van het evangelie door de werkvormen te versterken.

(7) Werkvormen dienen niet alleen cognitief te zijn, maar ook de leerling in zijn totaliteit (gevoelens, emoties, handelingen) te zien.

(8) Wanneer werkvormen afhankelijk van techniek (dvd, beamer, tv, computer) zijn, is het verstandig om een alternatief voor te bereiden.

(9) Wanneer de volgende les er direct op volgt, is het verstandig om leerdoelen, die veel van de leerlingen vragen, niet alleen plenair te verwerken . Er kan gebruik gemaakt worden van werkvormen als groepswerk, spreekbeurten, in stilte werken.

(10) Door reflectie op de gegeven les kan een werkvorm de volgende keer (nog) beter ingezet worden.

M.J. Schuurman

N.a.v. Christian Grethlein, Methodischer Grundkurs für den Religionsunterricht. Kurze Darstellung der 20 wichtigsten Methoden im Religionsunterricht von Sekundarstufe 1 und 2 mit Beispielen (Leipzig: Evangelische Verlagsanstalt, 2000)

Christian Grethlein is hoogleraar Godsdienstpedagogiek en voorheen leraar op verschillende scholen.

De kerk kan niet zonder gebed

De kerk kan niet zonder gebed

(1) De lofprijzing als de kern van heel het christelijke leven
Men kan niet over God spreken zonder ook over Zijn daden en Zijn barmahrtige en heilige  karakter te spreken. Hij is in onze werkelijkheid aanwezig. Hij is op onze werkelijkheid gericht (met Zijn liefde en Zijn toorn). In de Schrift wordt over altijd over God als Degene die handelt in onze werkelijkheid. Het spreken over God veronderstelt Zijn aanwezigheid in ons midden.
De mens kan God bereiken. God is echter wel van een andere orde. Hij is uniek. Tegelijkertijd kunnen we niet afstandelijk over God spreken. Ons leven gaat niet buiten Hem om. Door Hem te eren, doen wij Hem recht, Leven en gebed, geloof en lofprijzing, horen bij elkaar. Op dit punt komt de christelijke leer overeen met de visie van het Jodendom. Gebed is een geïsoleerd onderdeel, maar dient een integraal onderdeel van ons leven te zijn. Soms kunnen bepaalde mensen een speciale taak krijgen om te bidden, zoals de weduwen die in naam van heel de gemeente voorbede doen (1 Timotheüs 5:9).

(2) Het bidden van Jezus en Zijn discipelen
Volgens de evangeliën heeft Jezus zich vaak afgezonderd om te bidden. Hij deed dat niet alleen om Zijn geloof te versterken, maar om Zijn verbondenheid met Zijn Vader te laten zien. Wanneer Jezus aan het kruis roept, dat Hij door God verlaten is, laat dat de diepe ernst van Jezus’ offerdood zien: Hij roept tot God, wiens heerschappij Hij in persoon heeft uitgedragen..
Jezus bidt bij alle bijzondere gebeurtenissen in Zijn leven. Hij leert Zijn discipelen bidden en leert een God als Vader aan te spreken. In het gebed leren de discipelen om zich geheel aan God toe te vertrouwen en hun leven in Zijn dienst te stellen. Net als Jezus leren ze om bewaring voor de dood, maar tegelijkertijd ook zich over te geven aan Gods wil.

(3) Paulus
Paulus begint zijn brieven met de dank, die vaak overgaat in voorbede. Paulus is met zijn gemeenten op een wederzijdse manier verbonden, die blijkt uit het voor elkaar bidden en danken.

(4) De Geest als bemiddelaar van elk gebed
Het gebed komt voort uit de gemeenschap met Christus. Elk gebed heeft tegelijkertijd de directe hulp van de Geest nodig. De Geest leert ons God aanspreken als Vader. Elk gebed is dus een geschenk van de Geest. Door de Geest heeft men toegang tot God.
De Geest laat de waarheid over God zien en leert ons in waarheid God te aanbidden. De Geest laat ons in het gebed in de naam van Jezus één zijn met de eenheid tussen de Vader en de Zoon (Johannes 17:20-26).

In deel II sluit Wilckens een hoofdstuk steeds af met gebed. In dit geval sluit hij af met een aanwijzing van uit de Regel van Benedictus over de dagelijkse gebeden (officie): ‘Het officie (de dagelijkse gebeden) gaat dus vóór alles’ (Nihil operi dei preaponatur) (§ 43).
 
M.J. Schuurman

N.a.v. Ulrich Wilckens, Theologie des Neuen Testaments, deel II/1 (Neukirchen-Vluyn: Neukirchener-Verlag, 2009) p. 254-268.

Ulrich Wilckens was eerst hoogleraar Nieuwe Testament en werd later bisschop van de Noord-Elbische Evangelisch-lutherse kerk.

Wilckens Theologie van het Nieuwe Testament kent de volgende opbouw: een narratieve weergave van het Nieuwe Testament (Deel 1, bestaande uit vier boeken) en een systematisch deel, waarin hij nadenkt over de theologie van het Nieuwe Testament als basis van de kerkelijke leer.
Zijn derde deel, waarin hij een zeer kritische herziening zou geven van de historisch-kritische methode, zal hij helaas niet meer schrijven.

Schuld belijden voor Gods aangezicht: de kans om opnieuw te beginnen

De biecht: schuld voor Gods aangezicht & kans om opnieuw te beginnen

In een schuldbelijdenis wordt iemand geconfronteerd met zonde of schuld ten opzichte van een medemens of ten opzichte van God.

Al vanaf het ontstaan van het christendom was er een manier om de zonden te belijden.
De schuldbelijdenis is gebaseerd op de doop. De doop gebeurt immers in het kader van de vergeving van zonden? Het gesprek met Petrus (Johannes 21:15vv), dat Jezus na de opstanding voert, is in feite ook een gesprek waarin schuld beleden wordt, een biecht: Jezus vraagt naar Petrus’ liefde.

In de Vroege Kerk en in de Middeleeuwen is men van mening, dat ernstige zonden die men beging nadat men was gedoopt, slechts door middel van een publieke boetedoening in de kerk kon worden vergeven.
Na deze boetedoening kon men absolutie (kwijtgeschelding) verkrijgen.

Bij de reformatoren wordt de functie van de absolutie in zekere zin overgenomen door de verkondiging. In de verkondiging vindt het losmaken van de zonde en de vergeving plaats.
De schuldbelijdenis krijgt verder ook een plaats in de dagelijkse gebeden: elke dag wordt er vergeving van zonden gevraagd. De bekering is dagelijks. Berouw en boetedoening zijn geen menselijke prestaties, maar goddelijke genadegaven.
De schuldbelijdenis veronderstelt dat de mens zondaar is en blijft. Zonde is geen verkeerd moreel gedrag, maar een diepe breuk waardoor de relatie met God, de medemens en zichzelf ernstig is beschadigd.
Ook de christen heeft het nodig om steeds weer te horen wat Gods wil is (Luther: prediking van de wet). Zonder de wil van God te kennen, kan men niet tot berouw en inkeer komen.
De consequentie van de prediking van de wet en de schuldbelijdenis is dat de mens verantwoordelijk is voor wat hij doet of heeft gedaan.

De schuldbelijdenis  kan een belangrijk middel zijn in het pastoraat. Bijvoorbeeld door middel van een biecht. In dit ritueel is het mogelijk om de zonden daadwerkelijk te belijden en dus verantwoordelijkheid te nemen. Tegelijkertijd kan men verlost worden van de macht van de zonde. De schuldbelijdenis markeert dus ook een nieuw begin.
De schuldbelijdenis kan dus een bijdrage leveren aan genezing en bevrijding. De kracht van de biecht is, dat de schuldbelijdenis, het ontvangen van de vergeving en het nieuwe begin plaatsvindt voor Gods aangezicht.
Een mens neemt de verantwoordelijkheid voor wat hij heeft gedaan. Hij zegt ik. Hij laat zien dat hij beseft wat hij anderen of God heeft (aan)gedaan. De biecht is dus bij uitstek een relationeel gebeuren.
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen werkelijke schuld en schuldgevoel. Niet iedereen die zich schuldig voelt, is ook schuldig. In een pastoraal gesprek kan een predikant erbij stil staan, hoe het komt dat iemand zich onterecht schuldig voelt. Bijvoorbeeld door te hoge normen, die iemand zichzelf heeft opgelegd. Of door bepaalde normen en waarden die men van huis uit heeft meegekregen. Verwachtingen van anderen, waaraan men niet kon voldoen.
Het omgekeerde is trouwens ook waar: niet iedereen die werkelijk schuldig is, voelt zich ook schuldig.
Het inzicht dat men over zichzelf verkrijgt, over de relaties waarin men zich bevindt worden met de Here in verband gebracht. God is de levende God. Hij is barmhartig maar ook rechtvaardig, liefdevol maar ook heilig. Beide zijden van God mogen niet in een biechtgesprek verwaarloosd worden. In een biechtgesprek wordt iemand ernaartoe geleid zijn schuld voor God te belijden (boete), zich voor God te verootmoedigen en tegelijkertijd te geloven in de genade van God.

Het ritueel van de biecht
Hoe kan een schuldbelijdenis of biecht plaatsvinden?
(1) Voorbereiding: het beproeven van iemands geweten. Bijvoorbeeld door een gesprek waarin de schuld en de verantwoordelijkheid worden besproken. Ook kunnen er eventueel teksten vanuit de Schrift worden gelezen, die als spiegel worden voorgehouden, zoals de Tien Geboden of een van de boetepsalmen.
(2) Het belijden van de schuld: in deze stap gaat het om het eigenlijke belijden van de schuld. De schuldbelijdenis kan op verschillende manieren plaatsvinden. Het is goed om ruimte te houden voor persoonlijke bewoordingen en voor een bewust gebed om vergeving.
(3) Het vrijspreken: op de biecht volgens een absolutio, het vrijspreken. Het vrijspreken kan alleen plaats vinden als men gelooft in de vergevingsbereidheid van God.
het vrijspreken kan gebeuren met een bijbeltekst en een gebaar (kruisteken of handoplegging).
Dit vrijspreken moet een actueel spreken zijn. Niet een spreken over herinneringen.
In de absolutio wordt degene, die de biecht aflegt, bewust aangesproken. De vergeving van zonden komt niet op uit degene die de schuld belijdt, maar van een daadwerkelijk tegenover.
Het vrijspreken kan natuurlijk nooit zonder gezag. Het gezag rust in het handelen van God. Dat gezag van God dient nadrukkelijk te worden benoemd. Degene die zijn schuld beleden heeft, wordt weer onder de macht van God geplaatst.

ds. M.J. Schuurman

N.B. In dit artikel wordt niet besproken hoe men met eventuele slachtoffers dient om te gaan.

N.a.v. Corinna Dahlgrün, ‘Die Beichte als christliche Kultur der Auseinadersetzung mit sich selbst coram Deo’, in: Wilfried Engemann (Hg.), Handbuch der Seelsorge. Grundlagen und Profile (Leipzig: Evangelische Verlagsanstalt, 2007) p. 493-507.
Dahlgrün heeft ook een enkel artikel geschreven over biecht in het kader van hertrouwen van mensen die gescheiden zijn: “Die Chance des Neubeginns. Überlegungen zu Möglichkeiten bei der Trauung Geschiedener”, Wort und Dienst 28 (2005) 265-277

Tips:
* Bonhoeffer, Dietrich, Gemeinsames Leben. DBW 5 (1989) – Bonhoeffer pleit voor een herwaardering van de onderlinge biecht en schuldbelijdenis.
* Dahlgrün, Corinna, ‘Sorry, du, dumm gelaufen. Beobachtungen zur Kultur des Beichtrituals’, PTh 91 (2002) 308-312.
* Gestrich, Christoph, ‘Ist die Beichte erneueringsfähig?’, in: Idem, Peccatum –  Studien zur Sündenlehre (Tübingen: Mohr Siebeck. 2003) p. 151-162. Voor een samenvatting: zie https://mjschuurman.wordpress.com/2010/03/20/herwaardering-van-de-schuldbelijdenis/
* Hertzsch, Klaus-Peter, Wie mein Leben wieder hell werden kan. Eine Einladung zur Beichte in der evangelisch-lutherischen Kirche (Hannover, 2002) – als pdf te downloaden: http://www.velkd.de/downloads/beichte.pdf
Uhsadel, Walter, Evangelische Beichte in Vergangenheit und Gegenwart. HGA 12 (1961).
* Zimmerling, Peter, Studienbuch Beichte. UTB 3230 (Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht, 2009).

Kinderen en psalmen (3): de praktijk

Enige tijd geleden heb ik een pleidooi gevoerd om niet alleen bijbelverhalen te gebruiken tijdens de kindernevendienst, maar ook andere bijbelgedeelten zoals de Psalmen. Zo’n oproep kan natuurlijk niet zonder praktische aanwijzingen. Ik geef hieronder enkele suggesties. Ik hoop, dat deze suggesties bruikbaar zijn. Ik hoop dat deze suggesties en werkvormen ook bruikbaar zijn voor andere gedeelten uit de bijbel (brieven uit het Nieuwe Testament, Spreuken, profeten, e.d.).

Psalmen kunnen tijdens de kindernevendienst op verschillende manieren gebruikt worden. (1) Om kindernevendienst een kerkdienst op kinderviveau te maken. Psalmen kunnen dan het vierende of liturgische element versterken. Als de kindernevendienst meer op een (catechese)les lijkt, kunnen de psalmen gebruikt worden als (2) doel of kern van de les of (3) als stap in een les. Het is handig om van tevoren te bedenken op welke manier een (gedeelte uit een) psalm gebruikt gaat worden.

Voorbereiding
Psalmen hebben vaak hele concrete beelden, waar volwassenen over heen lezen. Deze concrete beelden maken de psalmen bij uitstek geschikt om kinderen de taal van het geloof aan te leren. Bij de voorbereiding moeten de beelden zo letterlijk mogelijk genomen worden: burcht, een vloed die je overstroomt, omringd door honden. In Psalm 116 wordt het beeld gebruikt, dat de Here Zijn oor neigt. Kinderen herkennen dit beeld: een volwassene die zich met zijn oor voorover buigt. Dit concrete beeld drukt niet alleen de bereidheid om te luisteren uit, maar ook het dichtbij willen zijn.
Psalmen bevatten vaak verschillende vormen van bidden: lofprijzing, uiting van vertrouwen, smeekbede, klacht, schuldbelijdenis, wraakbeden. Deze variatie kan kinderen helpen om te zien welke variatie aan spreken over en spreken met God mogelijk is.
In psalmen wordt ook vaak een weg afgelegd: van vertrouwen naar klacht of van lofprijzing tot smeekbede. Tijdens de kindernevendienst kan een enkel element uit de psalm worden opgepikt, maar kan ook de gang van de psalm worden gevolgd.

De psalm helpt een stapje verder
Wanneer er een bijbelverhaal centraal staat, kan een psalm helpen om bepaalde gevoelens in het verhaal duidelijk te maken. In veel evangelieverhalen wordt vaak ook verwezen naar psalmen. Op die manier kunnen psalmen gebruikt worden om ervaringen, die in een bijbelgedeelte zitten, dichterbij de kinderen te brengen. Want psalmen reiken door de concreetheid van beelden een taal aan om emoties te beschrijven: vreugde, angst, vertrouwen, verlatenheid, woede. Omdat psalmen tegelijkertijd ook gebeden zijn, kunnen psalmen helpen om deze emoties ook bij de Here te brengen. Psalmen zijn dus geloofstaal, die emoties onder woorden brengen. Het aanreiken van woorden is zeker voor kinderen heel belangrijk, omdat ze vaak niet in staat zijn om hun gevoelens onder woorden te brengen.

Soorten kennis
Bij het kiezen van werkvormen is het goed om te weten, wat je als leiding wilt bereiken. Soms kan het doel zijn, dat kinderen bepaalde teksten uit het hoofd leren. Door een tekst op een apart bord te schrijven en af en toe woorden bedekken, kunnen kinderen op een speelse manier de tekst leren.
Kennis alleen is niet genoeg. Kennis wordt beter onthouden als deze begrepen wordt. Kennis functioneert nog beter als deze kan worden toegepast in nieuwe situaties. Daarnaast is het verstandig om de aan te leren kennis aansluit, bij wat kinderen weten, beleven, of ervaren. Een werkvorm kan dus het doel hebben om aan te sluiten bij de belevingswereld van kinderen. Of juist tot doel hebben dat kinderen een bepaalde ervaring op doen.
De kennis kan worden aangereikt. Er zijn aanbiedende werkvormen. Kennis wordt beter onthouden als kinderen zelf een ontdekking (exploratie) doen. Explorerende werkvormen kunnen daarbij helpen. Andere werkvormen kunnen kinderen juist helpen bij het verwerken van de aangereikte kennis, vaardigheden of ervaringen.

Werkvormen
Een bekende werkvorm is het gesprek. Er wordt bijvoorbeeld een regel op het bord gezet. Kinderen kunnen daarop reageren. Hoe lang zo’n gesprek duurt, hangt af van de fase waarin een les zich bevindt. Het gesprek kan gestuurd worden door af en toe een nieuwe regel in te brengen.
Psalmen roepen op tot verbeelding. Juist vanwege de concreetheid aan beelden. Kinderen kunnen die verbeelding uiten door een tekening. Of door uit te spelen of uit te beelden wat er in zo’n psalmregel staat. Het is zelfs mogelijk om door het lokaal een route aan te leggen, die de psalm ook aflegt. Bijvoorbeeld van vertrouwen via klacht naar lofprijzing. De groep gaat deze weg ook en staat ondertussen bij bepaalde fasen uitgebreid stil.
Wanneer de gang van een psalm gevolgd wordt, kan er een kort verhaal verteld worden bij een bepaalde regel. Dat kan een alledaagse, herkenbare gebeurtenis zijn, maar ook een bijbelverhaal.
Op een beamer kan een schilderij geprojecteerd worden. Op internet zijn vaak kwalitatief goede beelden te verkrijgen. O.a. via: www.uni-leipzig.de/ru en dan doorklikken op Gemäldesammlung (directe link: http://www.uni-leipzig.de/ru/themen.htm). Door kinderen aandachtig te laten kijken, kan de leiding hen ook leren aandachtig te kijken naar een psalm. Op die manier kunnen kinderen ook leren mediteren over een bijbelgedeelte.
Een psalm kan goed gezongen worden. Er zijn verschillende berijmingen tegenwoordig: Oude Berijming, Nieuwe Berijming, Psalmen voor Nu, sommige opwekkingsliederen. In het Dienstboek staan ook psalmen, die onberijmd gezongen kunnen worden. Kinderen kunnen hierbij tegenover elkaar staan en om beurten elkaar een gedeelte uit de psalm toezingen.
De leiding kan kinderen stimuleren om bepaalde beelden of regels met eigen woorden of beelden onder woorden te brengen.
Bij alle werkvormen gaat het erom, dat de kinderen een geloofstaal geleerd krijgen, die hen met de Here in contact brengt. Dat de kinderen leren hun dagelijks leven, dat hun ervaringen en verhalen te verbinden met de Here.
 
ds. M.J. Schuurman

Een enigszins ingekorte versie wordt gepubliceerd in HW-Confessioneel