Meditatie over Lukas 2:8 (Kerstnachtdienst 2009)

Zie, ik verkondig u grote blijdschap (Lukas 2:8)

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

(1) Onderbroken worden
Als de herders de engel zien en zijn boodschap horen, worden zij weggeroepen uit waar zij mee bezig zijn.
Ergens uit weg ggeroepen worden kan soms storend zijn. Als je net ergens geconcentreerd mee bezig bent. Waar je mee bezig bent, komt niet af. Of je wordt voortdurend afgeleid.

Soms kan het ook wel prettig zijn. Toen ik een aantal jaren geleden in een supermarkt werkte, kon dat ook wel eens een verzetje zijn. ‘Kom eens kijken!’
Ook de herders worden gestoord in hun werkzaamheden. Zij hielden de wacht bij hun kudde. Maar als de engel en het engelenkoor weg is, maken ze zich helemaal niet meer druk om de kudde. Ze willen zien wat er gebeurd is.
Want wat er bij hen is gebeurd, is niet alleen dat ze er even uit gehaald zijn, Even een verzetje om de lange nacht enigszins te doorbreken. Om zich even te vermaken tijdens de lange, saaie nacht. De herders worden in hun bezigheid gestoord, omdat zij iets van Gods werkelijkheid ervaren. In hun bezigheden komt er een boodschapper van God.
En daardoor is niet alleen die nacht meer hetzelfde, maar heel hun leven leven is veranderd. Zij hebben God gezien! Heel hun leven zullen ze terugdenken aan die nacht, dat de hemel openging, dat er een goddelijke glans over hun leven viel.

Als je op deze manier wordt gestoord, wordt onderbroken in je dagelijkse bezigheden kan dat ook spannend zijn.
Voor de herders in ieder geval, want zij worden bevreesd. De engel moet hen gerust stellen.
Ook voor ons kan het spannend zijn als op die manier de werkelijkheid van God in ons leven komt. Als ons dagelijks leven onderbroken wordt. En op wat voor manier! Want de boodschap van de engel is dat er iets bijzonders gebeurt. De engel is een boodschapper van God. ‘Zie, hier is uw God.’
Het leven van de herders is nooit meer hetzelfde, omdat zij iets van God hebben gezien. Waar zij nu zijn, buiten de veilige muren van de stad, buiten in het bedreigende donker, waar dieven en roofdieren actief zijn, ‘Zie, hier is uw God! Ga maar kijken naar dat Kind dat geboren is!’ Zo worden ook wij uit ons leven geroepen: ‘Zie, uw Koning is geboren! God is hier! En Hij is voor u geboren. Zodat u weer bij God kunt horen.
Verkondigen: betekent proclameren dat God er is. Zoals vroeger een bode op pad ging om aan te kondigen dat de koning er aan kwam. Zo komt de engel bij de herders.

En zo komt ook die boodschap bij ons vanavond. God komt in uw leven!
Deze boodschap is voor iedereen. Voor de herders, die er nauwelijks bij horen. Voor u, die wekelijks naar de kerk komt. Voor u, die alleen maar met Kerst naar de kerk komt. ‘Zie, hier uw Koning!’ Ook in ons leven komt zo die engel met deze boodschap. Zodat ook wij opkijken: ‘Zie!’

(2) Aanstekelijke vreugde
Het kan zijn, dat u net als de herders daar blij mee bent. U bent niet voor niets vanavond gekomen. Om even afgezonderd te zijn. Om de sfeer van Kerst te proeven. Om iets van dat feest mee te maken. Om iets van God mee te maken. ‘Zie, hier is uw God. Christus is geboren.

Hij ligt in de kribbe. Hij is voor ons geboren! Die vreugde kan aanstekelijk werken. Vergelijkbaar met het projectkoor. Omdat de mensen naast je zingen en de juiste maat weten, de juiste toon. Zo geeft de engel de juiste toon aan. Zo zet het grote koor van de engelen in met de lof van God. En zingen wij mee: Ere zij God… Aangestoken door het vreugdevolle gebeuren. Op een toon die je anders niet gemakkelijk haalt, maar omdat je de toon van je medestanders hoort, haal je het toch. Zo werkt het ook met het engelenkoor. Dat koor brengt ons op die hoge stemming van Gods lof: Ere zij God… Zodat wij dat ook meezingen.

Het tilt ons boven ons dagelijks bestaan uit.
Het maakt deze dagen bijzonder. En wellicht is dat waarom u naar Kerst hebt uitgezien en waarom u nu gekomen bent. De vreugde die bij dit feest hoort. Een andere sfeer – even alle dagelijkse dingen aan de kant. 
Ook kan er een dankbaarheid zijn. Dankbaarheid – elk jaar weer opnieuw – omdat de Here Jezus dat voor ons heeft overgehad. Dat Hij vanuit de hoge hemel wilde neerdalen in ons midden. Dat Hij een heerlijk bestaan opgaf – voor ons. Dat u er ook naar verlangt dat te zingen: Ere zij God …

Dan snapt u ook, dat de boodschap die de engel brengt, een vreugdeboodschap is. Een boodschap, waarvan ons hart gaat zingen.

(3) Als uw hart niet mee kan komen

Maar het kan ook zijn, dat u er tegen op gezien hebt. Omdat u niet zo van feest houdt. Dat kan om verschillende reden. Het kan zijn dat dit afgelopen jaar een heel ingrijpend jaar is geweest. En in deze tijd van Kerst, van bezinning ook, komt dat weer boven. Een eerste keer, dat iemand die u dierbaar was, er niet bij is. Dan zal de vreugde eerder een ingetogen vreugde zijn, eerder bezinnend dan een jubelende zang.
Of de sfeer van Kerst doet u juist pijn, omdat het in uw hart niet zo sfeervol is. Omdat uw hart koud aanvoelt, er geen enkele vreugde in doordringt. Ook als zou er naar verlangen.

Voor uw gevoel zou u eerder bij de schapen achterblijven dan met de herders mee te gaan naar de stal. Omdat u de blijdschap niet kunt verdragen.
Voor uw gevoel gaat de blijde boodschap, die de engel brengt, aan u voorbij. En dat er diep in u wel een verlangen is, een gebed, een schreeuw om door de vreugdeloosheid heen te breken. Maar zelf bent u er niet toe in staat. De vreugdeloosheid als een gevangenis. Een grauwe sluier die over u heen hangt.

Was het maar 4 januari. Waren alle feestelijkheden maar achter de rug. U voelt u op een afstand staan van die boodschap. Niet bij machte om mee te zingen met dat engelenkoor. Soms kan alles dan zo vreugdeloos zijn, dat zelfs de Here ver weg lijkt te zijn. Hoe wordt die vreugdeloosheid doorbroken?

(4) Verhaal van Paul Gerhardt

Die ervaring had ook Paul Gerhardt, een predikant uit de 17e eeuw.[1] Ik denk dat zijn naam bij u niet zo bekend is. In ons gezangboek staan enkele liederen van hem, zoals Hoe zal ik U ontvangen. Op een avond vlak voor Kerst moest hij aan zijn kerstpreek werken. Maar het lukte niet, want in huis lag één van zijn kinderen op sterven.
Toen schreef hij een lied[2], dat later – bij onze Duitse buren een bekend kerstlied[3] is geworden.

Eigenlijk zou mijn hart moeten opspringen van vreugde, schreef hij, omdat dit de tijd is dat de engelen vrolijk zingen. Luister: het grote koor van engelen zingt en de hele hemel zingt mee: Christus is geboren!
Eigenlijk zou mijn hart moeten opspringen van vreugde. Vleugellam geslagen ziel (Psalm 42 Nieuwe Berijming) Luister!
Zoals de engel het ook zegt: zie, ik verkondig u. En hem meeneemt om te kijken. Alleen door te luisteren naar de boodschap, alleen door te zien, hoe Christus de hemel verlaat en als kind geboren wordt in Bethlehem. Zie!

En hij schrijft verder aan zijn lied. Hoe dat kleine Kind iedereen tot zich roept. Laat maar los, wat je dwarszit, wat je bezighoudt. Wat er verkeerd is gegaan, wat je zeer doet: Ik ben geboren om alles weer te herstellen.

Daarmee plaatst hij de kribbe in het teken van het kruis. En tegelijkertijd ook zijn eigen leven in het teken van het kruis op Golgotha. Dat kind, dat Christuskind, voor hem, Paul Gerhardt, geboren. Zo vond Paul Gerhardt troost. Troost in Christus. In Zijn komst naar deze aarde. In de weg die Christus ging, naar Golgotha door de dood heen. Ik zal alles herstellen, zo roept het kind in de kribbe ons bij zich.
In dat leed, dat om Gerhardt heen was, werd zijn oog gericht op Christus. Uit het leed geroepen, getroost. De troost kwam niet in zijn eigen hart op. Eigenlijk zou mijn hart vrolijk zijn, maar mijn hart vol leed, vol verdriet kan die vrolijkheid niet aan. Moe van al het verdriet, maar Christus! Hij onderbreekt Gerhardt in zijn zorgen. Breng ze maar bij Mij, zegt dit Christuskind, die tegelijkertijd de hemelse Heer is.

(5) De hemelse boodschap
Zie, ik verkondig u grote blijdschap.” De stem van de engel. De engel is een bode van God. De vreugde die de engel verkondigt, komt van Godswege. Het is de boodschap die de Here zendt, naar ons toe. In ons leven.
Een engel. Het zou kunnen, dat de herders niet naar Bethlehem waren gegaan als zij een mens hadden gesproken. In ieder geval: omdat het een boodschap van God is, gaan zij. Die boodschap kwam onverwachts. Maar dwingt hen, lokt hen naar Bethlehem. Kijk dan, wat er voor jullie is gebeurd. Jullie redder is geboren! Hij die alles zal herstellen!

Het is de stem van de engel, de boodschap van God, die ons eruit haalt. Nu zie je om je heen alleen maar je zorgen en verdriet. Of, als je daar niet in herkent, een  Zie, ik verkondig u, zegt de engel.
De engel roept ons op om niet om ons heen te kijken of naar onszelf, maar naar Christus. Hij is het heil der wereld. Kijk dan naar wat God doet!
En de engel roept ons niet op om te kijken naar een toneelstuk dat God opvoert, maar naar hoe God naar ons omziet. Hoe in dat Kindje in de kribbe Zijn barmhartigheid, Zijn ontferming naar ons toekomt. Hoe in dat Kindje, zo machteloos en klein, het plan van de almachtige God ligt.
Als een van de herders was blijven zitten omdat hij te moedeloos was, zou hij nog steeds gevangen zijn in zijn moedeloosheid.
Of als hij het wel best vond, dan ook was hij het misgelopen: wat God voor hem heeft gedaan.

Daarom, de boodschap van de engel: Zie.
Die boodschap is gericht aan degenen die in zichzelf de vreugde niet hebben. Iemand die vastloopt in zijn studie of opleiding en wellicht daardoor ook aan zichzelf is gaan twijfelen. Of iemand die liever niet van huis weggaat, omdat hij of zij ertegen opziet om alleen thuis te komen. Of iemand die zijn hart vasthoudt als het om de toekomst gaat. Waar moet dat heen met deze maatschappij?
Zie, ik verkondig u grote blijdschap die heel het volk ten deel valt.

Het engelenkoor komt uit de hemel om ons mee te nemen in die lofzang, omdat ze wel weten dat de lofzang vanuit onszelf niet zo gemakkelijk is. We letten voortdurend op wat er om ons heen gebeurt en vergeten te zien wat Christus heeft gedaan. Of omdat de lofzang te hoog voor ons is.

De engel brengt goed nieuws. Hij zegt niet: zing de hoogste noot. En ook niet: grijp boven je macht! Ook niet: wees nou vrolijk.
Nee, hij zegt: ik breng het u, namens God. En als de vreugde voor u te hoog is, teveel gevraagd. Grote blijdschap, omdat Christus is geboren. Voor u en voor mij. Zijn boodschap: God komt naar ons toe. Omdat Hij weet, dat wij vanuit onszelf niet kunnen komen.
En daarom komt de engel: om ons te roepen. Ga naar Bethlehem! Ga met eigen ogen kijken wat er voor u is gedaan. Hoe God naar u heeft omgezien.

(6) Opdat wij zouden zien
Zo worden wij eruit gehaald en net als de herders in beweging gebracht. Op naar dat Kind.

Om voor dat Kind te knielen. Om te zien, met eigen ogen. Om niet in onze eigen wereld te blijven en overgeleverd te blijvan aan de moedeloosheid.
Maar om te wijzen op Christus. Hij herstelt alles, onze nood, onze tekort, onze schuld en schenkt ons Gods aanwezigheid.
De blijde boodschap – die komt niet uit onszelf op, maar wordt ons verkondigd. Wordt ons aangezegd, wordt tegen ons gezegd. Door God zelf.
Zo komt Hij. Met Zijn boodschap: Zie, ik verkondig u. Zo komt Hij, Godzelf en neemt ons mee naar Zijn heerlijkheid.
Komt laten wij aanbidden, die Koning. Hij die kwam in ons bestaan. Om ons Zijn vreugde te schenken. ‘Zie op Hem!’

Amen

 


[1] N.a.v. Christian Möller, Seelsorglich predigen. Die parakletische Dimension von Predigt, Seelsroge und Gemeinde (19902) p. 122 –126.

[2] Fröhlich soll mein Herze springen // dieser Zeit, da vor Freud alle Engel singen // Hört, hört, ie mit vollen Chören // alle Luft laute ruft: Christus ist geboren!

[3] In de Nederlandse vertaling van Ad den Besten is niet meegekomen, dat Paul Gerhardt eigenlijk vrolijk zou moeten zijn. De vertaling is: Gezang 144 van het Liedboek voor de Kerken: Dansen wil mijn hart en springen // Heer, voor U,// juichen nu // alle engelen zingen.// Luister, hun vervoerde koren // hel en luid, juub’len ’t uit: // Christus is geboren!