De CGK en de Ethische theologie

De CGK en de Ethische theologie
Een mogelijk verband dat nog uitgezocht gaat worden

Tijdens een college over de Ethische theologie lazen we met enkele andere studenten preken en andere werken uit de Ethische theologie. Dit college werd gegeven in Utrecht. We waren met een kleine groep. Een van de andere deelnemers was eveneens afkomstig uit de Christelijke Gereformeerde Kerken.
Aan het einde van deze collegereeks, tijdens het lezen van preken van J.H. Gunning, gebeurde er iets merkwaardigs. We herkenden deze manier van preken! De stijl, de theologische opvattingen, de geloofsbeleving: dat was precies wat we in onze (CGK-)gemeente meekregen!
We meldden het onze docent. Hij reageerde enthousiast. We bevestigden zijn indruk, dat de geschriften van de Gunnings breed werden gelezen. Hij werd in zijn indruk bevestigd, dat de Christelijke Gereformeerde Kerken niet zozeer door de Nadere Reformatie zijn gestempeld, maar door de theologie van de Gunning van het wijdverspreide blad Pniël (J.H. Gunning JHzn).
Als deze veronderstelling klopt (zij moet immers nog eerst bewezen worden), verklaart dit nog enkele zaken, die van betekenis zijn voor de Christelijke Gereformeerde Kerk(en):
* Een verschil met de Gereformeerde Bond in de periode voor WO I. De Gereformeerde Bond was meer op de traditie van Kuyper gericht.
* Een intieme geloofsbeleving, die zeer sterk christocentrisch is.
* Een minder rationalistische insteek, dan er in de GKN heerste. Dat verklaart ook waarom er in de periode 1900-1940 veel overloop was vanuit de GKN naar de CGK. De CGK was in die periode een echt alternatief voor de GKN en wordt als concurrent ook voortdurend bekritiseerd (denk aan de discussie tussen K. Schilder en J.J. van der Schuit).

Het verband al eerder gelegd – ds. F.P.L.C. van Lingen
Overigens ben ik niet de enige die dit verband legt. Ds. F.L.P.C. van Lingen legde eind 19e eeuw ook al dat verband. (Zie: Van ’t Spijker, in: Een eeuw christelijk-gereformeerd, 1992, p. 18) Hij doelde dan wel op de Christelijke Gereformeerde Kerk van voor de Vereniging c.q. Voortbestaan (1892). Een belangrijk deel van deze gemeenten is echter later alsnog / weer overgegaan naar de Christelijke Gereformeerde Kerk (ik spreek over de periode voor 1940!).

En de Nadere Reformatie dan?
Het is mogelijk om invloed van de Nadere Reformatie te zien in deze ontwikkeling. Het waren vooral de voormalige Kruisgezinde gemeenten die overgingen naar de Christelijke Gereformeerde Kerk. Het probleem is echter, dat de Nadere Reformatie wordt afgesloten met Th. van der Groe. Dan is of (1) de gedachte dat de Nadere Reformatie met Van der Groe is afgesloten niet juist of (2) is het onverklaarbaar waarom in de periode 1784-1834 weinig van de Nadere Reformatie te vinden is of (3) noodzakelijk uit te leggen hoe het komt dat De Cock in de 19e eeuw door de Nadere Reformatie beïnvloed is. Dat verband is nog niet bij voorbaat gelegd.

Dat lijkt me in ieder geval de moeite waard om eens uit te zoeken. Zeker het verband tussen de mogelijke verbanden van de Ethische theologie en de Christelijke Gereformeerde Kerk(en).

Om misverstanden te komen: ik doe het uit respect voor de traditie waaruit ik zelf afkomstig ben en waarmee ik mijzelf nog steeds verbonden voel.

M.J. Schuurman

N.B. De eerste nuancering is al binnen: Prof. G. Wisse las oudvaders (aldus J.J. Buskes in zijn Mensen die he niet vergeet)
Voorlopig ga ik nog even door met onderzoeken: (a) het is te leuk want nog weinig onderzocht, (b) elk (kerk)historisch onderzoek heeft iets van een detective; mogelijke lijnen mogen niet bij voorbaat worden afgesloten. Zo’n vondst als over prof. Wisse helpt echter wel tegen tunnelvisie