Enkele gedachten bij Exodus 3

Enkele meditatieve gedachten bij Exodus 3

Een lange tijd, zo heeft het geduurd. Een tijd van zuchten en schreeuwen tot God. Zuchten en schreeuwen tot de Here, omdat het volk slaaf gemaakt is, hard moet werken. En als de farao overlijdt, die hen tot slaaf gemaakt had, wordt het alleen maar erger.
Mozes heeft er in zijn eigen omgeving iets tegen proberen te doen. Hij kwam op voor een Hebreeuwse slaaf. Hij slaat een Egyptenaar dood. Dat nieuws verspreidt zich snel onder de Hebreeuwse slaven en als Mozes hoort dat de tamtam zich heeft verspreid, trekt hij zijn conclusie. Hij pakt zijn biezen. Weg van dit land. Van een veilig leven, een prinsheerlijk leven wordt hij vluchteling. Een weg die de Here gebruikt om hem te trainen als leider van Zijn volk. Zo gaat de Here dus om met mensen – een weg waarin Hij hen leert, waarin Hij hen ook geschik maakt voor Zijn dienst. Tenminste in Mozes’ geval.
Ondertussen blijft het een lange tijd. Een lange tijd waarin God afwezig lijkt, waarin Hij niets anders lijkt te doen dan het inzamelen van de klachten van de Hebreeën.
En Mozes, hij is al weer gewend geraakt aan zijn leventje als herder. Mozes nu was gewoon de schapen van zijn schoonvader, de priester van Jethro, te hoeden. Alle banden met het verleden heeft hij doorgesneden. Een nieuwe start gemaakt. Van een prinsheerlijk leventje naar een leven van zorgen. Maar wel een in de veiligheid, in de schaduw.
En dan, plotseling, terwijl deze dag lijkt te worden als een van de andere dagen, komt Mozes in aanraking met de Here. Zijn leven komt in een ander licht te staan. Onder hoogspanning. Hij kan niet meer onder God uit.
Gewillig gaat het niet. Vrees en beven. Aarzelingen. De God van uw vaderen. Mozes thuisgeraakt bij de priester Jethro, opgevoed in een Egyptisch hof: wie zijn zijn voorvaderen, wie is die God van zijn voorvaderen. De God die zo lang zweeg, naar wie geroepen werd? Is het zijn eigen vraag en projecteert hij zijn verlegenheid op zijn volk? Ik ben die Ik ben – heeft je gezonden.
En als God komt, kan dat op een ontzagwekkende manier gebeuren! ‘Vanwege Mozes kom ik in de kerk. Ik kom niet in de kerk om mijzelf te ontmoeten.’ (Martin Nicol / Alexander Deeg, Im Wechselschritt zum Kanzel. Praxisbuch Dramaturgische Homiletik, p. 113 – in een paragraaf over “gevaarlijke nabijheid”) Bedoeld wordt: om te zien hoe God in levens van mensen komt.
Dat niet wij naar God gaan zoeken op het moment dat we een uurtje over hebben. Of als we zien zijn. Of als we tegen vragen aanlopen, waar we niet uitkomen. Dat is de god als gaatjesopvuller. De zelfgemaakte god als kit om de kieren van het leven dicht te maken, zodat je behaaglijk met je leven verder kunt. Nee, onze God is geen gaatjesopvuller. Hij kan komen als we niet naar Hem op zoek zijn. En het kan ook voor ons gevoel lang duren voor Hij komt.
En toch, Hij komt. De Heilige God, die het behaaglijke leven van Mozes overhoop gooit.
Mozes is er nog niet. Hij moet nog veel leren. Hij weet nog niet wat een heilige plaats is. Hij weet amper wat Israël is. En toch, geroepen.

Ds. M.J. Schuurman

(Op basis van 2 artikelen van ds. W. Dekker in de Waarheidsvriend: “De kerk op een laag pitje” en “Kerk moet terug naar de kern”.)